← Alle artikelen

Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid · Afdeling 3. Het vermogen van de vennootschap

Artikel 2:209 BW

Vervallen per 1 oktober 2012 (Stb. 2012, 299)

Dit artikel is vervallen.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:209 BW (1)

Conclusies van de A-G (1)

  • Parket bij de Hoge Raad · 16 december 2016

    Verzet schuldeisers tegen beëindiging overblijvende aansprakelijkheid na intrekking 403-verklaring: toetsingsmaatstaf

    “Het hanteren van een zodanige lichte toets is in lijn met de toelichting op art. 2:100 BW die hiervoor onder 4.20 is geciteerd en die inhoudt dat verzet in geval van een betwiste vordering mogelijk is “tenzij de rechter die over het verzet oordeelt de betwiste vordering bij voorbaat niet erkent.” In een beschikking van 14 oktober 1982 heeft de ondernemingskamer in een verzetprocedure als bedoeld in een verzet tegen kapitaalsvermindering zich hierbij aangesloten: “Grief I Deze grief van de Vennootschap richt zich tegen het oordeel van de Rb. dat A. is aan te merken als schuldeiser in de zin van art. 2:209 BW. De Ondernemingskamer verwerpt deze grief. Terecht heeft de Rb. op de daarvoor gebezigde gronden de door de Vennootschap in hoger beroep herhaalde stelling dat aan het begrip schuldeiser in voormeld voorschrift stringente eisen dienen te worden gesteld, verworpen. Ook een schuldeiser, wiens vordering wordt betwist, is als schuldeiser in voormelde zin aan te merken. Dit lijdt uitzondering indien de betwiste vordering aan de rechter die over het verzet oordeelt op voorhand ongegrond voorkomt.” (Curs. A-G)”

    r.o. 4.27

    ECLI:NL:PHR:2016:1326