Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid · Afdeling 2. De aandelen
Artikel 2:191a BW
In deze vorm in werking sinds 1 januari 2024, laatst gewijzigd bij Stb. 2023, 277
Storting op een aandeel moet in geld geschieden voor zover niet een andere inbreng is overeengekomen.
Voor of bij de oprichting kan storting in een andere geldeenheid dan die waarin het nominale bedrag van de aandelen luidt slechts geschieden, indien de akte van oprichting vermeldt dat storting in een andere geldeenheid is toegestaan. Na de oprichting kan dit slechts geschieden met toestemming van de vennootschap, tenzij de statuten anders bepalen.
Met storting in een andere geldeenheid dan die waarin de nominale waarde luidt wordt aan de stortingsplicht voldaan voor het bedrag waartegen het gestorte bedrag vrijelijk kan worden gewisseld in de geldeenheid waarin de nominale waarde luidt. Bepalend is de wisselkoers op de dag van de storting.
In afwijking van lid 1 kan bij oprichting bij elektronische notariële akte geen andere inbreng dan in geld overeen worden gekomen.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:191a BW (1)
Conclusies van de A-G (1)
Conclusie A-G: geen geldige volstorting minimumkapitaal met middelen van B.V. in oprichting
De curator van een failliete B.V. vordert van de oprichter-aandeelhouder volstorting van de aandelen en spreekt hem aan als bestuurder op grond van artikel 2:180 BW. De A-G concludeert dat het minimumkapitaal niet geldig is gestort met geld dat afkomstig is van de vennootschap in oprichting zelf. Volgens hem moet een storting reëel en onbezwaard zijn en mag de vennootschap haar eigen kapitaalstorting niet financieren. Hij concludeert tot vernietiging en verwijzing.