Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid · Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 2:189a BW
In deze vorm in werking sinds 1 januari 2015, laatst gewijzigd bij Stb. 2014, 540
Voor de toepassing van de artikelen 192, 197 lid 3, 198 lid 3, 206, artikel 210 lid 7, 216 lid 1, 227 lid 2, 239 en 244 wordt onder orgaan van de vennootschap verstaan de algemene vergadering, de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding, het bestuur, de raad van commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:189a BW (1)
Conclusies van de A-G (1)
Conclusie: (mede)beleidsbepaler ex artikel 2:248 lid 7 BW en feitelijke terzijdestelling
“[…] aan te merken als formeel bestuurder van de vennootschap (ook wel aangeduid als statutair bestuurder), waarop art. 2:248 BW doelt met “een bestuurder”. Dus tot personen die langs de daartoe geëigende weg - zie mede art. 2:242 BW - geldig zijn benoemd tot bestuurder van de vennootschap en aldus deel uitmaken (lid zijn) van het in art. 2:239 BW bedoelde bestuur van de vennootschap, blijkens art. 2:189a BW een orgaan van de vennootschap. 3.7.2 Art. 2:248 lid 7, eerste zin BW bewerkstelligt dat - met inachtneming van art. 2:248 lid 7, tweede zin BW - genoemd bereik van art. 2:248 BW tevens omvat degene die het beleid van de vennootschap (mede) bepaalt als ware hij zo’n formeel bestuurder. Daarmee is wel gezegd dat de curator art. 2:248 BW (ook) in stelling kan brengen tegen diegene (“degene”, etc.), dus een daarop gebaseerde vordering (ook) kan instellen tegen die persoon. Maar aansprakelijkheid van die persoon jegens de boedel op de voet van art. 2:248 BW is dan nog niet gegeven. Die aansprakelijkheid hangt in het bijzonder ervan af of naar het oordeel van de rechter de curator in staat is de horde van art. 2:248 lid 1-2 BW te nemen en, zo ja, het bepaalde in art. 2:248 lid 3 BW […]”
r.o. 3.7“Naar luid daarvan wordt met een bestuurder voor de toepassing van art. 2:248 BW gelijkgesteld “degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder”. Art. 2:248 lid 7, eerste zin BW brengt mee dat het bereik van de in art. 2:248 BW vervatte bestuurdersaansprakelijkheidsregeling niet beperkt is tot personen die zijn aan te merken als formeel bestuurder van de vennootschap (ook wel aangeduid als statutair bestuurder), waarop art. 2:248 BW doelt met “een bestuurder”. Dus tot personen die langs de daartoe geëigende weg - zie mede art. 2:242 BW - geldig zijn benoemd tot bestuurder van de vennootschap en aldus deel uitmaken (lid zijn) van het in art. 2:239 BW bedoelde bestuur van de vennootschap, blijkens art. 2:189a BW een orgaan van de vennootschap.”
r.o. 3.7.1