Titel 4. Naamloze vennootschappen · Afdeling 6. De raad van commissarissen bij de grote naamloze vennootschap
Artikel 2:157 BW
In deze vorm in werking sinds 1 oktober 2004, laatst gewijzigd bij Stb. 2004, 370
Een vennootschap waarvoor artikel 154 van dit Boek niet geldt, kan bij haar statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen overeenkomstig de artikelen 158-164 van dit Boek indien zij of een afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn. Zij mag daarbij artikel 162 buiten toepassing laten. De in dit lid bedoelde regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op de ondernemingsraad niet langer de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn.
Een vennootschap waarvoor artikel 155 of 155a geldt, kan de bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuurders regelen overeenkomstig artikel 162.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:157 BW (1)
Conclusies van de A-G (1)
Conclusie A-G: wanbeleid HBG, consultatieplicht algemene vergadering van aandeelhouders bij afwijzing bod
“HBG heeft vrijwillig het volledige structuurregime aangenomen. Dit betekent dat de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de Raad van Commissarissen overeenkomstig het structuurregime is geregeld (art. 2:157 BW). Ingevolge de structuurregeling zijn bepaalde besluiten van het bestuur onderworpen aan de goedkeuring van de Raad van Commissarissen, waaronder een besluit tot het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking indien dit van ingrijpende betekenis is voor de vennootschap, (art. 2:164 onder d BW)(22).”
r.o. 2.31