Titel 4. Naamloze vennootschappen · Afdeling 3. Het vermogen van de naamloze vennootschap
Artikel 2:104 BW
In werking getreden op 1 januari 1984 (Stb. 1983, 663)
Ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd voor zover de wet dat toestaat.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:104 BW (1)
Conclusies van de A-G (1)
Enquête: cassatiebevoegdheid, doelen enquêterecht en begrip wanbeleid
“[…] eerst twee dagen voor de behandeling aan haar waren overgelegd, terwijl aan [verzoekers] noch vanwege curatoren noch vanwege de ondernemingskamer afschriften waren toegezonden of beschikbaar gesteld. Ik wijs er echter op dat zowel de jaarrekeningen als de jaarverslagen openbare stukken waren. De jaarrekening van een naamloze vennootschap moest destijds openbaar worden gemaakt op grond van art. 2:104 BW . De aandelen van Ogem waren bovendien genoteerd aan de Amsterdamse effectenbeurs. Publikatie van niet alleen de jaarrekening, maar ook van het jaarverslag was derhalve voorgeschreven op grond van art. 28, aanhef en onder c, Fondsenreglement van de Vereniging voor de Effectenhandel . Voor wat betreft de financiële overzichten over de jaren 1981 en 1982 mist de klacht feitelijke grondslag. Die overzichten zijn opgenomen in de bijlagen bij hoofdstuk III bij het verslag van de commissie van onderzoek en uit de bestreden beschikking (r.o. 4.1.5.) blijkt dat dit verslag op 12 februari 1987 ter griffie van het hof was nedergelegd en voor een ieder geheel ter inzage was. Hierop stuit niet alleen onderdeel b, maar ook onderdeel d van het middel af.”
r.o. 6.2