← Alle artikelen

Titel 1. Algemene bepalingen

Artikel 2:24 BW

In deze vorm in werking sinds 15 november 2023, laatst gewijzigd bij Stb. 2023, 243

1

De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van een ontbonden rechtspersoon moeten worden bewaard gedurende zeven jaren nadat de rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan. Bewaarder is degene die bij of krachtens de statuten, dan wel door de algemene vergadering of, als de rechtspersoon een stichting was, door het bestuur als zodanig is aangewezen.

2

Ontbreekt een bewaarder en is de laatste vereffenaar niet bereid te bewaren, dan wordt een bewaarder, zo mogelijk uit de kring dergenen die bij de rechtspersoon waren betrokken, op verzoek van een belanghebbende benoemd door de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de rechtspersoon woonplaats had. Rechtsmiddelen staan niet open.

3

Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de bewaarder zijn naam en adres opgeven aan de registers waarin de ontbonden rechtspersoon was ingeschreven.

4

De in lid 2 genoemde kantonrechter kan desverzocht machtiging tot raadpleging van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers geven aan iedere belanghebbende, indien de rechtspersoon een stichting was; aan iedere schuldeiser, indien het bestuur van de rechtspersoon niet heeft voldaan aan de verplichtingen uit artikel 19b lid 1 en overigens aan ieder die aantoont bij inzage een redelijk belang te hebben in zijn hoedanigheid van voormalig lid of aandeelhouder van de rechtspersoon of houder van certificaten van diens aandelen, dan wel als rechtverkrijgende van een zodanige persoon.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:24 BW (6)

Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.

Conclusies van de A-G (4)

  • Parket bij de Hoge Raad · 8 augustus 2014

    Herroeping van ontbindingsbesluit bv: voorwaarden en rechterlijke toets

    “De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van een ontbonden rechtspersoon moeten worden bewaard gedurende zeven jaren nadat de rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan (zie art. 2:24 lid 1 BW). De gegevens die omtrent de rechtspersoon in de registers zijn opgenomen op het tijdstip waarop deze rechtspersoon ophoudt te bestaan, blijven daar gedurende tien jaren na dat tijdstip bewaard (zie art. 2:19 lid 7 BW). Herroeping van een ontbindingsbesluit”

    r.o. 4.4 · lid 1

    ECLI:NL:PHR:2014:2332

  • Parket bij de Hoge Raad · 17 juli 2026

    Turboliquidatie met later gebleken bate: voortbestaan of heropening vereffening; arbitragebeding

    “[…] te bestaan. Volgens het middel verandert die rechtstoestand niet zonder meer door (alsnog) blijkende baten. Bij gebleken baten kunnen de vennootschappen volgens art. 2:19 lid 5 BW namelijk in de toestand van liquidatie (uitsluitend en alleen) worden geacht te zijn blijven voortbestaan voor zover dit tot vereffening van hun vermogens nodig is en op die vereffening is de regeling van art. 2:23-2:24 BW van toepassing. Volgens het middel betekende dit dat tijdens de vereffening het schuldeisersbelang op de voorgrond trad en dat het de primaire taak van de vereffenaars werd om, onder toezicht, instructie en aanwijzing van de door de rechtbank te benoemen rechter-commissaris, ervoor te zorgen dat de schuldeisers van de vennootschappen in liquidatie zouden worden voldaan waar het actief dit toelaat (art. 2:23a-2:23b BW). Daarvoor had de rechtbank eerst de vereffening moeten heropenen (art. 2:23c BW), nu de vereffening vóór het ontbindingsbesluit al had plaatsgevonden. Na het tijdstip waarop de vennootschappen na turboliquidatie ophielden te bestaan, zijn geen rechtshandelingen meer verricht. De oordelen van het hof in rov. 5.8, dat (i) in de gegeven situatie (kennelijk) is gebleken […]”

    r.o. 4.37

    ECLI:NL:PHR:2026:737

  • Parket bij de Hoge Raad · 18 oktober 2019

    Concernenquête SNS Reaal en SNS Bank: maatstaf bevoegdheidsdoorbraak en reikwijdte onderzoek

    “[…] de ondernemingskamer in rov. 3.15 ook aandacht heeft besteed aan feiten en omstandigheden die betrekking hebben op Property Finance. Ik merk het volgende op over de feiten en omstandigheden onder a tot en met h: a. De omstandigheid dat SNS Reaal in de relevante periode alle aandelen hield in SNS Bank is van belang voor het vaststellen van de juridisch-organisatorische verbondenheid (vgl. art. 2:24 lid 1 onder a BW), die is vereist voor het voldoen aan het groepsbegrip van art. 2:24b BW. Dat de ondernemingskamer tevens vaststelt dat SNS Bank alle aandelen in Property Finance hield, is voorts van belang, omdat de ondernemingskamer het onderzoek in het bijzonder richt op het beleid en de gang van zaken van SNS Reaal en SNS Bank ten aanzien van Property Finance. Dat door de ondernemingskamer met betrekking tot Property Finance geen concernenquête is gelast, doet aan het voorgaande niet af. Dat in de beschikking van 8 juli 2015 naar het oordeel van de ondernemingskamer onvoldoende is gesteld om Property Finance aan te kunnen merken als groepsmaatschappij (zie onder 3.39 hiervoor) neemt niet weg dat Property Finance in de onderhavige beschikking, gelet op de omstandigheid onder a, […]”

    r.o. 3.62 · lid 1

    ECLI:NL:PHR:2019:1059

  • Parket bij de Hoge Raad · 24 februari 2006

    Groepsvrijstelling artikel 2:403 BW en jaarstukken bij beursgenoteerde obligaties concerndochter

    “Het tweede lid van art. 2:405 BW bepaalt dat de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig art. 2:362 lid 1 BW inzicht moet geven in de desbetreffende groep. In art. 2:24 b BW is vastgelegd wat wordt verstaan onder een "groep" in voornoemde zin, namelijk een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden. De rechtspersoon die aan het hoofd staat van een groep, dient volgens art. 2:406 lid 1 BW in de toelichting op zijn jaarrekening een geconsolideerde jaarrekening op te nemen, "waarin de eigen financiële gegevens en die van haar dochtermaatschappijen in het concern, andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, zijn opgenomen"(39). Concernvrijstelling”

    r.o. 2.30

    ECLI:NL:PHR:2006:AV0046

Rechtbanken (2)

  • Rechtbank Noord-Holland · 12 maart 2026

    Inzage financiële stukken: verzoek tegen voormalig bestuurder in plaats van bewaarder niet-ontvankelijk

    “De rechtbank oordeelt als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] erkend dat [naam] Beheer bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven als bewaarder van de boeken en bescheiden van [de B.V.] . Op grond van artikel 2:24 BW kan een bewaarder inzage geven in de aan hem toevertrouwde gegevens van een ontbonden vennootschap. De rechtbank stelt vast dat [verweerder] niet als bestuurder van [naam] Beheer, of in zijn hoedanigheid van voormalig bestuurder van [de B.V.] , in deze procedure is betrokken. De verwijzing van [verzoeker] naar de artikelen 118 Rv en 2:11 BW kunnen er niet toe leiden dat [naam] Beheer wél moet worden beschouwd als in deze procedure te zijn opgeroepen en verschenen, zoals [verzoeker] lijkt te stellen. Artikel 118 Rv ziet op de dagvaardingsprocedure en is in de onderhavige verzoekschriftprocedure niet van toepassing. Artikel 2:11 BW mist in deze procedure toepassing omdat in deze procedure een voorlopige bewijsverrichting wordt verzocht en het niet gaat over de aansprakelijkheid. Op grond van deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat [verzoeker] haar verzoek ten onrechte heeft gericht aan [verweerder] . De rechtbank zal het verzoek van […]”

    r.o. 4.3

    ECLI:NL:RBNHO:2026:2523

  • Rechtbank Midden-Nederland · 4 februari 2026

    Machtiging tot raadpleging boeken en bescheiden van ontbonden stichting ex artikel 2:24 lid 4 BW

    “De kantonrechter beschikt over de volgende stukken: Het verzoekschrift van 29 september 2025 ex artikel 2:24 lid 4 Burgerlijk Wetboek (‘BW’) strekkende tot machtiging tot raadpleging van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, tevens houdende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding ex artikel 223 Rv, De producties 1 tot en met 13, behorende bij het verzoekschrift Het bericht van de rechtbank van 10 oktober 2025 waarin staat dat de kantonrechter het verzoek mondeling wil behandelen op een zitting en dat partijen hun verhinderdata mogen opgeven, De e-mails van partijen met hun verhinderdata, De brief van de rechtbank van 6 november 2025 met de uitnodiging voor de mondelinge behandeling, De e-mail van [verweerder] van 12 november 2025 met het verzoek om een andere zittingsdatum te bepalen, De reactie daarop van de EC (verzonden per e-mail) van 18 november 2025 waarin tevens wordt verzocht om een beslissing op de voorlopige voorziening vóór 1 januari 2026, De reactie daarop van [verweerder] (verzonden per e-mail) van 19 november 2025, De e-mail van de rechtbank van 2 december 2025 waarin is bepaald dat een nieuwe zittingsdatum wordt […]”

    r.o. 1.1 · lid 4

    “machtigt de EC tot raadpleging van alle boeken en bescheiden en andere gegevensdragers behorende tot de administratie van STIDIT over de jaren 2014 tot en met 2019, zoals bedoeld in artikel 2:24 lid 4 BW,”

    r.o. 4.1 · lid 4

    ECLI:NL:RBMNE:2026:746