Titel 1. Algemene bepalingen
Artikel 2:12 BW
In deze vorm in werking sinds 1 januari 1998, laatst gewijzigd bij Stb. 1997, 660
Het stemrecht over besluiten waarbij de rechtspersoon aan bepaalde personen, anders dan in hun hoedanigheid van lid, aandeelhouder of lid van een orgaan, rechten toekent of verplichtingen kwijtscheldt, kan door de statuten aan die personen en aan hun echtgenoot, geregistreerde partner, en bloedverwanten in de rechte lijn worden ontzegd.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:12 BW (2)
Hoge Raad (1)
Nimox/Auditrade
Onrechtmatig stemmen voor dividendbesluit door enig aandeelhouder jegens schuldeisers; curator bevoegd
“De curator heeft bij de Rechtbank in een geding tegen Auditrade (rolnr. 84.7140 ), waarbij Nimox ingevolge art. 2:12 lid 1 BW was aangewezen om in naam van Auditrade op te treden, vernietiging gevorderd van het dividend-besluit. De Rechtbank heeft bij haar hiervoor onder 1 vermelde vonnis de curator niet ontvankelijk in die vordering verklaard op grond van haar oordeel dat hij niet langer het door art. 2:11 BW vereiste redelijk belang daarbij had aangezien vernietiging van het besluit hem niet in een gunstiger positie zou brengen dan die waarin hij op grond van de beslissingen van de Rechtbank in het onderhavige, tegen Nimox gevoerde geding (rolnr. H 86.1823) kwam te verkeren.”
r.o. 3.1.2
Conclusies van de A-G (1)
Wanbeleid door beschermingsconstructie tegen grootaandeelhouder bij beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal
“Iedere aandeelhouder is krachtens artikel 2:117 lid 1 BW bevoegd, in persoon of bij schriftelijke gevolmachtigde, "de algemene vergaderingen bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen"(102). De genoemde bevoegdheden vormen belangrijke zeggenschapsrechten van een aandeelhouder die hem vanwege hun dwingende aard niet kan worden ontnomen. De aandeelhouder kan de toegang tot een ava in beginsel dan ook niet worden geweigerd. Slechts onder bijzondere omstandigheden biedt de wet de mogelijkheid om een aandeelhouder in de uitoefening van zijn rechten te beperken. Zo kan in enkele gevallen van tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 2:12 BW, door een statutaire bepaling, het stemrecht over bepaalde besluiten aan een aandeelhouder worden ontzegd. Verder kunnen de statuten in bepaalde omstandigheden inhouden dat de uitoefening van de stem- en vergaderrechten worden opgeschort (zie bijv. art. 2:87a en 87b BW).”
r.o. 3.31