← Alle artikelen

Titel 8. Geschillenregeling en het recht van enquête · Afdeling 1. Geschillenregeling

Artikel 2:338 BW

In deze vorm in werking sinds 1 januari 2025, laatst gewijzigd bij Stb. 2024, 174

1

Nadat een afschrift van het verzoekschrift aan hem is betekend door de oproeping, bedoeld in artikel 336a lid 3, en tot de dag waarop de beschikking onherroepelijk is geworden, kan de verweerder zijn aandelen niet vervreemden, verpanden of daarop een vruchtgebruik vestigen, tenzij de verzoekers daarvoor toestemming verlenen. Indien de verzoekers de toestemming weigeren, kan de ondernemingskamer op verzoek van verweerder de toestemming verlenen, indien verweerder bij de rechtshandeling een redelijk belang heeft. Tegen de beslissing van de ondernemingskamer staat geen hogere voorziening open.

2

Nadat het verzoek is toegewezen, kan de verweerder de aandelen slechts overdragen met inachtneming van de artikelen 339 tot en met 341.

3

De ondernemingskamer kan een voorlopige voorziening treffen met werking tot het tijdstip dat de aandelen worden overgedragen. Artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing. Een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt met de meeste spoed behandeld.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:338 BW (3)

Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.

Conclusies van de A-G (1)

  • Parket bij de Hoge Raad · 23 april 2020

    Einde enquêteprocedure en niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen onmiddellijke voorzieningen (e-Traction)

    “[…] 4] is door de Ondernemingskamer een beschikking gegeven waarmee het beheer van de [verweerder 4] Aandelen, zoals dat laatstelijk is bevolen bij beschikking van 23 januari 2018, wordt opgeheven met als doel [verweerder 4] in staat te stellen de [verweerder 4] Aandelen te verkopen en te leveren aan DEM zoals voorzien in deze [VSO]; (iii) vanwege het bepaalde in artikel 2:343 lid 2 BW juncto 2:338 lid 1 BW, doch uitsluitend voorzover de Notaris van oordeel is dat dit nodig is: (a) is de Uittredingsprocedure (inclusief in de verhouding tot JKS) beëindigd of (b) heeft JKS toestemming verleend voor de overdracht door [verweerder 4] van de [verweerder 4] Aandelen aan DEM of (c) heeft de Ondernemingskamer op basis van een daartoe door [verweerder 4] in te stellen incidentele vordering in de Uittredingsprocedure een uitspraak gedaan waarmee zij hetzij toestemming verleent voor de overdracht door [verweerder 4] van de [verweerder 4] Aandelen aan DEM hetzij bevestigt dat een dergelijke toestemming voor deze overdracht niet is vereist; (iv) nadat DEM aan JKS, STAK en [betrokkene 3] een kopie van de [VSO] en het finale rapport van [ [A] ] als bedoeld in artikel 1 heeft verstrekt zijn […]”

    r.o. 3.1 · lid 1

    “[…] omdat daarin staat dat onderbouwde en consistente informatie over de DEM-groep ontbreekt en dat dit een betrouwbare inschatting van toekomstige kasstromen onmogelijk maakt; (vi) met het aangaan van de VSO de waarborgen uit de uittredingsprocedure zijn omzeild; (vii) voor levering van de aandelen toestemming van de ondernemingskamer is vereist op grond van artikel 2:343 lid 2 juncto artikel 2:338 lid 1 BW; (viii) betaling van de vastgestelde koopprijs van € 4.093.000 - zo verstaat de ondernemingskamer de stelling - onverantwoord is, in strijd komt met de wettelijke voorgeschreven uitkeringstoets van artikel 2:207 BW en de continuïteit van de onderneming van DEM op het spel zet. De uitvoering van de VSO leidt ertoe dat de DEM-groep haar activiteiten moet beëindigen omdat er gelden vrij gemaakt moeten worden om [verweerder 4] uit te kopen. [verweerder 2] is inmiddels bezig met een uitfasering van de activiteiten en koerst aan op liquidatie. Een waardering van Duff & Phelps Valuation and Corporate Finance Advisors (hierna: Duff & Phelps) van 27 mei 2019 van de waarde van de aandelen die [verweerder 4] houdt per 31 maart 2019, komt uit op een bedrag van € 2,75 miljoen. Uitgaande […]”

    r.o. 2.8 · lid 1

    “De Ondernemingskamer is van oordeel - in lijn met de brief van de notaris van 24 april 2019 hierboven onder 2.5 [onder 1.5 hiervoor, A-G] - dat [verweerder 4] voor de levering van zijn aandelen niet de toestemming behoeft van de Ondernemingskamer op de voet van artikel 2:338 lid 1 juncto artikel 2:342 BW. [verweerder 4] is immers de eiser in de uittredingsprocedure en niet de verweerder.”

    r.o. 3.11 · lid 1

    ECLI:NL:PHR:2020:467

Hoven en Ondernemingskamer (2)

  • Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 26 mei 2026

    OK wijst uittredings- en enquêteverzoek af; maatstaf voorzieningen en afsplitsing samenhangende vorderingen

    “De Ondernemingskamer ziet ten slotte aanleiding om in algemene zin nog het volgende op te merken. Met regelmaat wordt een verzoek tot uittreding of uitstoting gecombineerd met een enquêteverzoek. Waar de Ondernemingskamer op de voet van art. 2:349a lid 2 BW bevoegd is onmiddellijke voorzieningen te treffen, heeft zij in geschillenprocedures een vergelijkbare bevoegdheid op grond van art. 2:338 lid 3 BW (in verbinding met art. 223 Rv) om voorlopige voorzieningen te treffen met werking tot het tijdstip dat de aandelen worden overgedragen.”

    r.o. 4.16 · lid 3

    ECLI:NL:GHAMS:2026:1473

  • Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 5 februari 2026

    Geschillenregeling: gezamenlijk verzoek artikel 2:343c BW, deskundige en tijdelijk bestuurder benoemd

    “Deze zaak is aanhangig gemaakt met het oorspronkelijke verzoekschrift van 20 oktober 2025. Daarin heeft Sevilla de Ondernemingskamer onder meer verzocht, samengevat, 1. Lennoc, [certificaathouder 1] , STAK en de heer [certificaathouder 2] (“ [certificaathouder 2] ”) te bevelen de certificaten van aandelen in Lennoc van Sevilla over te nemen; 2. als voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 2:338 lid 3 BW voor de duur van de procedure: a. een tijdelijk bestuurder met doorslaggevende stem te benoemen bij Lennoc; en b. alle aandelen in het kapitaal van Lennoc ten titel van beheer over te dragen; 3. Lennoc, [certificaathouder 1] , [certificaathouder 2] en STAK te veroordelen in de kosten van de procedure.”

    r.o. 1.1 · lid 3

    “[…] Sevilla de Ondernemingskamer daarvan per e-mail op de hoogte gebracht. Op diezelfde datum heeft Sevilla een verzoekschrift tot wijziging en intrekking van de oorspronkelijke verzoeken en tot omzetting in gezamenlijke verzoeken ingediend. In dit verzoek heeft zij de Ondernemingskamer op grond van artikel 2:343c BW verzocht, samengevat, 1. bij wijze van voorlopige voorziening in de zin van artikel 2:338 lid 3 BW een onafhankelijke bestuurder bij Lennoc te benoemen en daarbij te bepalen dat (i) die benoeming werking heeft tot en met de datum waarop de thans door Sevilla gehouden certificaten van aandelen zijn overgedragen aan Lennoc en [certificaathouder 1] en (ii) Lennoc de kosten draagt verband houdende met deze benoeming; 2. de prijs van de certificaten van aandelen vast te stellen, tegen een peildatum die zo dicht mogelijk ligt tegen de datum van overdracht van de certificaten van aandelen; 3. een onafhankelijke deskundige te benoemen die over de prijs schriftelijk bericht uitbrengt en om daarbij te bepalen dat: a. de onafhankelijk deskundige het onderzoek zelfstandig – in de zin van artikel 190 lid 2 Rv, dat wil zeggen niet onder leiding van de Ondernemingskamer – zal […]”

    r.o. 1.3 · lid 3

    “[…] vast te stellen prijs, tegen een peildatum die zo dicht mogelijk tegen de datum van de overdracht ligt. Zij verzoeken de Ondernemingskamer die prijs vast te stellen mede op basis van een deskundigenbericht (artikel 1.1 en 1.2 VSO); - Sevilla, Lennoc, [certificaathouder 1] en STAK zullen de Ondernemingskamer gezamenlijk verzoeken om bij wijze van voorlopige voorziening in de zin van artikel 2:338 lid 3 BW een onafhankelijk bestuurder bij Lennoc te benoemen, met werking tot het tijdstip dat de certificaten van aandelen zijn overgedragen en naast de huidige bestuurder van Lennoc (artikel 1.3 VSO); - Nadat de Ondernemingskamer op gezamenlijk verzoek de prijs heeft vastgesteld, neemt [certificaathouder 1] voor een bedrag van maximaal € 100.000 certificaten van aandelen over en Lennoc alle andere certificaten (artikel 2.1 VSO). Direct bij levering (middels een notariële akte) betaalt [certificaathouder 1] het bedrag van maximaal € 100.000 en Lennoc een bedrag van maximaal € 200.000 (artikel 2.3 VSO). In het geval waarin de Ondernemingskamer op de voet van artikel 2:343c BW een prijs vaststelt die hoger is dan EUR 300.000, wordt voor het restant van de door Lennoc te betalen prijs […]”

    r.o. 2.5 · lid 3

    “De Ondernemingskamer zal verder conform het eenparig verzoek van partijen bij wijze van voorlopige voorziening in de zin van artikel 2:338 lid 3 BW met onmiddellijke ingang en tot aan de overdracht van de certificaten van aandelen – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon als bestuurder van Lennoc benoemen, in het bijzonder teneinde een goede informatievoorziening aan de deskundige te verzorgen (maar de taak is niet daartoe beperkt), en zal bepalen dat het salaris en de kosten van deze bestuurder voor rekening komen van Lennoc en dat Lennoc voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van zijn/haar werkzaamheden.”

    r.o. 3.7 · lid 3

    ECLI:NL:GHAMS:2026:572