Titel 9. De jaarrekening en het bestuursverslag · Afdeling 1. Algemene bepaling
Artikel 2:360 BW
In deze vorm in werking sinds 1 januari 2012, laatst gewijzigd bij Stb. 2011, 670
Deze titel is van toepassing op de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Ongeacht hun rechtsvorm is deze titel op banken als bedoeld in artikel 415, betaalinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht van toepassing.
Deze titel is eveneens van toepassing op een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma waarvan alle vennoten die volledig jegens schuldeisers aansprakelijk zijn voor de schulden, kapitaalvennootschappen naar buitenlands recht zijn.
Deze titel is eveneens van toepassing op de stichting en de vereniging die een of meer ondernemingen in stand houden welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, indien de netto-omzet van deze ondernemingen gedurende twee opeenvolgende boekjaren zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende boekjaren, de helft of meer bedraagt van het in artikel 396 lid 1, onder b, bedoelde bedrag, zoals gewijzigd op grond van artikel 398 lid 4. Indien de stichting of vereniging bij of krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in deze titel en indien deze openbaar wordt gemaakt, blijft de eerste volzin buiten toepassing.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:360 BW (3)
Hoge Raad (1)
Artikel 6:235 BW en artikel 2:403 BW: geconsolideerde jaarrekening sluit beroep op terhandstelling uit
“[…] toe dat de gebruiker aan de wederpartij de hiervoor bedoelde mogelijkheid heeft geboden, indien hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand heeft gesteld. Volgens art. 6:235 lid 1, aanhef en onder a, BW kan op de vernietigingsgronden bedoeld in de art. 6:233 BW en 6:234 BW geen beroep worden gedaan door een rechtspersoon bedoeld in art. 2:360 BW die ten tijde van het sluiten van de overeenkomst laatstelijk zijn jaarrekening openbaar heeft gemaakt, of ten aanzien waarvan op dat tijdstip laatstelijk art. 2:403 lid 1 BW is toegepast. Blijkens de toelichting op het amendement waarbij deze bepaling is voorgesteld, is de strekking ervan de toepassing van art. 6:233 BW en art. 6:234 BW uit te sluiten voor zover algemene voorwaarden worden gebruikt tegenover een ‘grote’ wederpartij. Voor dergelijke wederpartijen is de bijzondere wettelijke bescherming volgens de toelichting een onnodige en onwenselijke inbreuk op de contractsvrijheid. Om bewijsproblemen te voorkomen, sluit de tekst niet aan bij de verplichting tot het openbaar maken van een jaarrekening, maar op het daadwerkelijk publiceren daarvan. Deze publicatie is eenvoudig […]”
r.o. 3.1.2
Conclusies van de A-G (1)
Groepsvrijstelling artikel 2:403 BW en jaarstukken bij beursgenoteerde obligaties concerndochter
“Titel 9 van boek 2 BW handelt over de jaarrekening en het jaarverslag. Het toepassingsgebied van deze titel wordt afgebakend in art. 2:360 BW, waarin onder meer is bepaald dat de bepalingen van deze titel mede zijn geschreven voor n.v.'s. Uit art. 2:25 BW volgt dat de bepalingen van deze titel voor de in artikel 2:360 BW genoemde rechtspersonen dwingend recht bevatten(36).”
r.o. 2.26
Hoven en Ondernemingskamer (1)
Maatschapsverdeling: jaarrekeningvoorschrift 2:362 lid 3 BW als maatstaf voor vergoeding
“[…] en [geïntimeerde2 in 200.329.180 en geïntimeerde in 200.329.187] is goedgekeurd, blijkt dat zij de jaarrekeningen van hun onderneming (laten) opstellen “in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving”. Het hof neemt aan dat zij daarmee hebben bedoeld te verwijzen naar de normen uit Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ofwel de artikelen 2:360 e.v. BW. Het hof neemt verder aan dat zij alle jaarrekeningen van de maatschap op die wijze hebben laten opstellen. Lid 3 van artikel 2:362 BW bepaalt dat de winst- en verliesrekening een getrouw, duidelijk en stelselmatig beeld heeft te geven van het resultaat van een boekjaar, wat volgens de wetsgeschiedenis ook geldt voor de keuze voor en de toepassing van waarderingsgrondslagen. Dit betekent dat de vergoeding voor ingebracht vee en ingebrachte fosfaatrechten daaraan moet beantwoorden. Daar waar in dit geval [naam1] een vergoeding voorstaat op basis van de aan hem toebehorende fosfaatrechten, ongeacht het gebruik daarvan, het aantal aanwezige melkkoeien en de feitelijk gerealiseerde melkopbrengst, is dat naar het oordeel van het hof niet in voldoende mate in overeenstemming met […]”
r.o. 6.25