← Alle artikelen

Titel 9. De jaarrekening en het bestuursverslag · Afdeling 3. Voorschriften omtrent de balans en de toelichting daarop

Artikel 2:365 BW

In deze vorm in werking sinds 1 november 2015, laatst gewijzigd bij Stb. 2015, 349

1

Onder de immateriële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:

a.kosten die verband houden met de oprichting en met de uitgifte van aandelen;

b.kosten van ontwikkeling;

c.kosten van verwerving ter zake van concessies, vergunningen en rechten van intellectuele eigendom;

d.kosten van goodwill die van derden is verkregen;

e.vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.

2

Voor zover de rechtspersoon de kosten, vermeld in de onderdelen a en b van lid 1, activeert, moet hij deze toelichten en moet hij ter hoogte daarvan een reserve aanhouden.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:365 BW (1)

Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.

Conclusies van de A-G (1)

  • Parket bij de Hoge Raad · 24 april 2009

    Conclusie A-G: AFM-jaarrekeningprocedure tegen Spyker, beleidsvrijheid OK bij IFRS-afwijkingen

    “De AFM heeft aangevoerd dat het Financieel Verslag 2006 van Spyker in strijd met IAS 38.126 en artikel 2:365 lid 2 BW geen toelichting bevat op het totaal van de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling. De Ondernemingskamer is van oordeel dat Spyker, naar zij terecht heeft gesteld, op dit punt niet in strijd heeft gehandeld met artikel 2:365 lid 2 BW, nu zij de betreffende kosten voor een bedrag van € 154.000 direct ten laste van het resultaat heeft gebracht en niet heeft geactiveerd, zodat artikel 2:365 lid 2 BW niet van toepassing is. IAS 38.126 schrijft in dat geval echter voor dat de totale in een boekjaar ten laste van het resultaat gebrachte onderzoeks-en ontwikkelingskosten worden toegelicht, hetgeen in casu is nagelaten, zodat Spyker op dit punt (wel) in strijd heeft gehandeld met de IAS. Nu Spyker heeft gesteld - hetgeen de Ondernemingskamer aannemelijk acht - dat de onderzoekskosten gezien de aard van de onderneming van Spyker en het ontbreken van enig fundamenteel onderzoek gering zijn en dat de onderzoekskosten bovendien moeilijk te onderscheiden zijn van de algemene kosten (en om die reden geen aparte registratie heeft plaatsgevonden), komt de Ondernemingskamer tot […]”

    r.o. 3.44 · lid 2

    ECLI:NL:PHR:2009:BG8790