← Alle artikelen

Titel 9. De jaarrekening en het bestuursverslag · Afdeling 9. Deskundigenonderzoek

Artikel 2:393 BW

In deze vorm in werking sinds 1 juli 2018, laatst gewijzigd bij Stb. 2018, 139

1

De rechtspersoon verleent opdracht tot onderzoek van de jaarrekening aan een registeraccountant, aan een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep of aan een wettelijke auditor als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties. De opdracht kan worden verleend aan een organisatie waarin accountants die mogen worden aangewezen, samenwerken. Indien een rechtspersoon tevens een organisatie van openbaar belang is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, wordt door deze rechtspersoon aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten medegedeeld welke accountant of accountantsorganisatie wordt beoogd voor het uitvoeren van een opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van de rechtspersoon. Deze mededeling geschiedt voordat tot de verlening van die opdracht, bedoeld in het tweede lid, is overgegaan. Onze Minister van Financiën stelt bij ministeriele regeling nadere regels over deze mededeling.

2

Tot het verlenen van de opdracht is de algemene vergadering bevoegd. Gaat deze daartoe niet over, of ontbreekt deze, dan is de raad van commissarissen bevoegd. Ontbreekt een raad van commissarissen, dan is het bestuur bevoegd. De aanwijzing van een accountant wordt door generlei voordracht beperkt. De opdracht kan worden ingetrokken door de algemene vergadering en door degene die haar heeft verleend. De opdracht kan enkel worden ingetrokken om gegronde redenen; daartoe behoort niet een meningsverschil over methoden van verslaggeving of controlewerkzaamheden. De algemene vergadering hoort de accountant op diens verlangen omtrent de intrekking van een hem verleende opdracht of omtrent het hem kenbaar gemaakte voornemen daartoe. Het bestuur en de accountant stellen de Stichting Autoriteit Financiële Markten onverwijld in kennis van de intrekking van de opdracht door de rechtspersoon of tussentijdse beëindiging ervan door de accountant en geven hiervoor een afdoende motivering.

3

De accountant onderzoekt of de jaarrekening het in artikel 362 lid 1 vereiste inzicht geeft. Hij gaat voorts na, of de jaarrekening aan de bij en krachtens de wet gestelde voorschriften voldoet, of het bestuursverslag overeenkomstig deze titel is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is, en of het bestuursverslag in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden bevat, en of de in artikel 392 lid 1, onderdelen b tot en met f, vereiste gegevens zijn toegevoegd.

4

De accountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan de raad van commissarissen en aan het bestuur. Hij maakt daarbij ten minste melding van zijn bevindingen met betrekking tot de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking.

5

De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening. De accountant kan een afzonderlijke verklaring afgeven voor de enkelvoudige jaarrekening en voor de geconsolideerde jaarrekening. De accountantsverklaring omvat ten minste:

a.een vermelding op welke jaarrekening het onderzoek betrekking heeft en welke wettelijke voorschriften op de jaarrekening toepasselijk zijn;

b.een beschrijving van de reikwijdte van het onderzoek, waarin ten minste wordt vermeld welke richtlijnen voor de accountantscontrole in acht zijn genomen;

c.een oordeel of de jaarrekening het vereiste inzicht geeft en aan de bij en krachtens de wet gestelde regels voldoet;

d.een verwijzing naar bepaalde zaken waarop de accountant in het bijzonder de aandacht vestigt, zonder een verklaring als bedoeld in lid 6, onderdeel b, af te geven;

e.een vermelding van de gebleken tekortkomingen naar aanleiding van het onderzoek overeenkomstig lid 3 of het bestuursverslag overeenkomstig deze titel is opgesteld en of de in artikel 392 lid 1, onder b tot en met f, vereiste gegevens zijn toegevoegd;

f.een oordeel over de verenigbaarheid van het bestuursverslag met de jaarrekening;

g.een oordeel of er, in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden in het bestuursverslag zijn gebleken onder opgave van de aard van die onjuistheden;

h.een verklaring betreffende materiële onzekerheden die verband houden met gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen rijzen of de rechtspersoon zijn werkzaamheden voort kan zetten;

i.een vermelding van de vestigingsplaats van de accountantsorganisatie.

6

De accountantsverklaring, bedoeld in lid 5, heeft de vorm van:

a.een goedkeurende verklaring;

b.een verklaring met beperking;

c.een afkeurende verklaring; of

d.een verklaring van oordeelonthouding.

De accountant ondertekent en dagtekent de accountantsverklaring.

7

De jaarrekening kan niet worden vastgesteld, indien het daartoe bevoegde orgaan geen kennis heeft kunnen nemen van de verklaring van de accountant, die aan de jaarrekening moest zijn toegevoegd, tenzij onder de overige gegevens een wettige grond wordt medegedeeld waarom de verklaring ontbreekt.

8

Iedere belanghebbende kan van de rechtspersoon nakoming van de in lid 1 omschreven verplichting vorderen.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:393 BW (12)

Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.

Hoge Raad (3)

  • Hoge Raad · 16 april 2010

    Afwaardering vordering op failliete debiteur in jaarrekening; artikel 2:362 lid 6 en 2:384 lid 2 BW

    “In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (i) [Eiseres] is aandeelhoudster van [verweerster]. (ii) [Eiseres] heeft - als belanghebbende in de zin van art. 999 Rv. (oud) - [verweerster] gedagvaard voor de ondernemingskamer en gevorderd [verweerster] te bevelen de bij algemene vergadering van aandeelhouders van [verweerster] van 16 december 2004 vastgestelde jaarrekening over het boekjaar 2001, welke jaarrekening na een onderzoek als bedoeld in art. 2:393 BW is voorzien van een goedkeurende verklaring van een registeraccountant, opnieuw in te richten overeenkomstig de gevorderde wijzigingen.”

    r.o. 3.1

    ECLI:NL:HR:2010:BL5416

  • Hoge Raad · 20 oktober 2006

    Van Schilt/Jansen q.q.

    Artikel 2:248 BW: ontbreken accountantsverklaring als onbelangrijk verzuim; weerlegging vermoeden

    “[…] (vii) [A] BV is bij vonnis van 21 november 1997 in staat van faillissement verklaard. (viii) In ieder geval vanaf 1995 was [A] BV aan te merken als "middelgrote" rechtspersoon, dat wil zeggen een rechtspersoon met een omvang als bedoeld in art. 2:397 BW. Bij de jaarrekening welke door [A] BV is gepubliceerd over de jaren 1995 en 1996 is geen accountantsverklaring gevoegd. De ingevolge art. 2:393 lid 6 (thans lid 7) BW vereiste mededeling over de afwezigheid van de accountantsverklaring ontbreekt.”

    r.o. 3.1 · lid 6

    ECLI:NL:HR:2006:AY7916

  • Hoge Raad · 10 februari 2006

    KPN/SOBI

    Jaarrekening KPN: maatstaf inzicht artikel 2:362 BW, Richtlijnen en impairment

    “[…] geldt hierbij de looptijd van deze licenties". (xiv) De jaarrekening van KPN over het jaar 2000 is door de algemene vergadering van aandeelhouders op 2 mei 2001 goedgekeurd. Zij is op 10 mei 2001 gedeponeerd ten kantore van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel Haaglanden. (xv) De jaarrekening 2000 is voorzien van een goedkeurende verklaring van de accountant zoals bedoeld in artikel 2:393 lid 5 BW. (xvi) SOBI houdt vijf aandelen in het geplaatste kapitaal van KPN.”

    r.o. 3.1 · lid 5

    ECLI:NL:HR:2006:AU7473

Conclusies van de A-G (6)

  • Parket bij de Hoge Raad · 14 juni 2024

    Zorgplicht controlerend accountant jegens derden; wettelijke taak, conceptjaarrekening en causaal verband

    “In de zojuist aangehaalde r.o. 5.4.1 van Vie d’Or wordt verwezen naar de informatie zoals deze naar buiten komt door (de veelal wettelijk verplichte) openbaarmaking van de jaarrekening en een goedkeurende verklaring van de externe controlerende accountant. In de concrete invulling van de zorgplicht jegens derden die geldt voor deze informatie is de wettelijke controletaak van art. 2:393 BW te herkennen, zoals die is uitgewerkt in art. 2:362 lid 1 BW. Van belang, en daaraan refereert de Hoge Raad ook in Vie d’Or, is dat de accountant bij de uitvoering van zijn wettelijke controletaak ook de belangen van derden in acht moet nemen. De accountant dient daarmee ook een wezenlijk publiek belang, aldus de Hoge Raad.”

    r.o. 4.15

    ECLI:NL:PHR:2024:633

  • Parket bij de Hoge Raad · 20 oktober 2006

    Artikel 2:248 lid 2 BW: ontbrekende accountantsverklaring en weerlegging van het causaliteitsvermoeden

    “In ieder geval vanaf 1995 was [A] BV aan te merken als "middelgrote" rechtspersoon, d.w.z. een rechtspersoon met een omvang als bedoeld in art. 2:397 BW. Bij de jaarrekening welke door [A] BV is gepubliceerd over de jaren 1995 en 1996 is geen accountantsverklaring gevoegd. De conform art. 2:393, lid 6 BW vereiste mededeling over de afwezigheid van de accountantsverklaring ontbreekt. 2. Procesverloop”

    r.o. 1.9 · lid 6

    ECLI:NL:PHR:2006:AY7916

  • Parket bij de Hoge Raad · 10 februari 2006

    Conclusie A-G: jaarrekeningrecht KPN, RJ-richtlijnen, artikel 2:362 BW en impairment

    “De jaarrekening 2000 - die hier in het geding is - is voorzien van een goedkeurende verklaring van de accountant zoals bedoeld in artikel 2:393 lid 5 BW.”

    r.o. 1.16 · lid 5

    ECLI:NL:PHR:2006:AU7473

  • Parket bij de Hoge Raad · 15 april 2005

    Ontslag statutair bestuurder door AVA omvat in beginsel ook arbeidsovereenkomst

    “[…] een door de ava genomen ontslagbesluit in beginsel de gehele tweezijdige rechtsbetrekking met een statutair bestuurder verbreekt. De gedachte in het cassatiemiddel dat alleen het bestuur tot arbeidsrechtelijk ontslag bevoegd is, is onjuist. Op bepaalde punten ligt de vertegenwoordiging van een b.v. bij de aandeelhoudersvergadering. Ik noem bijvoorbeeld de benoeming van een accountant (art. 2:393, lid 1 en 2 BW) en het vaststellen van de bezoldiging van bestuurders (art. 2:245 BW). Dit geldt ook voor het ontslag van de bestuurder, zoals dat in art. 2:244, lid 1 BW geregeld is. Ik wijs nog op de mijns inziens juiste gedachte van het hof in r.o. 4.7 van zijn bestreden arrest dat erop neerkomt dat art. 2:244, lid 3 BW dat een herstel van de dienstbetrekking van een ontslagen bestuurder onmogelijk maakt alleen te verklaren is, als het ontslag waarop art. 2:244, lid 1 BW doelt mede het arbeidsrechtelijke ontslag omvat. Aan het tweede middel ligt de stelling ten grondslag dat als de aandeelhoudersvergadering ontslag aan een bestuurder geeft, dit alleen een vennootschapsrechtelijke ontslag betreft, tenzij in het besluit is voorbehouden dat het ontslag ook op een opzegging van de […]”

    r.o. 2.10 · leden 1, 2

    ECLI:NL:PHR:2005:AS2030

  • Parket bij de Hoge Raad · 24 april 2009

    Conclusie A-G: AFM-jaarrekeningprocedure tegen Spyker, beleidsvrijheid OK bij IFRS-afwijkingen

    “[Betrokkene 1], werkzaam bij Ernst & Young, die belast is geweest met het onderzoek van de jaarrekening over het jaar 2006 van Spyker als bedoeld in artikel 2:393 lid 3 BW, heeft bij brief van 28 september 2007 gebruik gemaakt van de hem geboden mogelijkheid opmerkingen te maken bij het door de AFM op 31 augustus 2007 ingediende verzoekschrift.”

    r.o. 2.3 · lid 3

    ECLI:NL:PHR:2009:BG8790

  • Parket bij de Hoge Raad · 6 december 2002

    Aansprakelijkheid accountant voor inbrengverklaring bij inbreng in natura; goodwill en schade

    “[…] De prognoses zijn overgelegd als prod. 2 bij de conclusie van dupliek van [eiser]. 8 Art. 2:204a BW is ingevoerd bij de Wet van 12 december 1985, houdende nieuwe regeling voor het kapitaal van de besloten vennootschap, Stb. 1985, 656. Zie voor het verband met art. 2:94a BW Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16 551, nr. 3, p. 7. 9 Tweede Kamer, zitting 1978-1979, 15 304, nr. 2, p. 5. 10 Thans art. 2:393 BW. 11 Tweede Kamer, zitting 1978-1979, 15 304, nr. 5, p. 12. 12 Tweede Kamer, zitting 1978-1979, 15 304, nr. 6 p. 16. Ook in de literatuur wordt algemeen aangenomen dat goodwill vatbaar is voor inbreng. Zie over de inbreng in natura: Losbl. Rechtspersonen, aantekeningen bij art. 2:94a BW (NV) en bij art. 2:204a BW (BV); Asser/Maeijer 2-III, Vertegenwoordiging en rechtspersoon. De naamloze en de besloten vennootschap (2000), nr. 120-135; F.K. Buijn, De oprichting van de NV en de BV (1984), p. 165-175; W.J. Slagter, Ondernemingsrecht (1996), p. 160-165; Van der Heijden/Van der Grinten, Handboek voor de naamloze en besloten vennootschap (1992), p. 227-235; J.C.K.W. Bartel en C.W. de Monchy, De besloten vennootschap (1997), p. 76-125; NOvAA Leidraden 7, "Storting op aandelen anders dan […]”

    r.o. 2.25

    ECLI:NL:PHR:2002:AE8457

Rechtbanken (3)

  • Rechtbank Den Haag · 3 juni 2026

    Aanbesteding: accountantsverklaring met oordeelonthouding is geen goedkeurende verklaring (artikel 2:393 BW)

    “[…] Beschrijvend document op ondubbelzinnige wijze is voorgeschreven met welk bewijsmiddel moet worden aangetoond dat aan de geschiktheidseis met betrekking tot financiële en economische draagkracht wordt voldaan, namelijk met een accountantsverklaring met goedkeurende strekking. De Staat heeft er in dit verband op gewezen dat hiermee vanzelfsprekend een goedkeurende verklaring in de zin van artikel 2:393 lid 6 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bedoeld, en de voorzieningenrechter volgt de Staat daarin. In artikel 2:393 lid 6 BW is bepaald dat de accountantsverklaring, waarmee de accountant een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening geeft (artikel 2:393 lid 5 BW), slechts vier vormen kent: een goedkleurende verklaring (lid 6 sub a), een verklaring met beperking (lid 6 sub b), een afkeurende verklaring (lid 6 sub c) of een verklaring van oordeelonthouding (lid 6 sub d). Aan het betoog van Babbage dat in de aanbestedingsstukken of de wet geen definitie wordt gegeven van “controleverklaring met goedkeurende strekking” wordt tegen die achtergrond voorbijgegaan.”

    r.o. 5.3 · leden 5, 6

    “Vast staat dat Babbage een accountantsverklaring met oordeelonthouding heeft aangeleverd als bedoeld in artikel 2:393 lid 6 sub d BW. Nu in artikel 2:393 BW is bepaald dat een accountantsverklaring slechts vier vormen kent, kan de door Babbage ingediende accountantsverklaring alleen al daarom niet gelijk worden gesteld met de in artikel 2:393 lid 6 sub a genoemde goedkeurende verklaring. Deze vier verklaringen sluiten elkaar immers uit. Bovendien heeft de Staat terecht uiteengezet dat de accountant door een verklaring met oordeelonthouding af te geven, heeft uitgesproken dat het onmogelijk was om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen, terwijl die informatie van materieel belang en van diepgaande invloed was, zodat daarmee de betrouwbaarheid van de jaarrekening als geheel wordt aangetast.”

    r.o. 5.7 · lid 6

    ECLI:NL:RBDHA:2026:15683

  • Rechtbank Noord-Holland · 14 januari 2026

    Nietige ALV-besluiten vereniging: opheffing kascommissie en goedkeuring jaarstukken zonder kascommissie

    “[…] was niet op de agenda gezet. Daarom moest er een quorum voor de stemming zijn en dat is niet behaald (slechts 31 stemmen waren vertegenwoordigd, een minderheid van het totaal aantal leden van 68). De besluiten tot goedkeuring van de jaarstukken van 2021, 2022 en 2023 zijn ook nietig, omdat de besluiten in strijd zijn met artikel 2:48 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) juncto artikel 2:393 BW. Voor de goedkeuring is de controle door een accountant of een kascommissie nodig. Die waren er niet. [eiser 2] stelt subsidiair dat het besluit tot goedkeuring van de jaarrekening 2023 vernietigbaar is, omdat het in strijd is met de statuten. Omdat het besluit tot opheffing van de kascommissie nietig is, is de kascommissie niet in staat geweest de ledenvergadering te adviseren omdat haar vragen niet zijn beantwoord en omdat verzochte financiële informatie niet door het bestuur aan haar is geleverd. Het is in het belang van de vereniging dat de kascommissie alsnog in staat wordt gesteld de financiële verantwoording over de jaren 2021, 2022 en 2023 te controleren en haar verslag uit te brengen aan de ledenvergadering over het gevoerde beleid, zodat alsnog op concrete wijze over […]”

    r.o. 3.2

    “De rechtbank stelt voorop dat artikel 2:48 lid 2 BW bepaalt dat als bij een vereniging een raad van commissarissen ontbreekt en over de getrouwheid van de jaarstukken aan de ALV geen verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 BW (accountantscontroleverklaring) wordt overgelegd, de ALV jaarlijks een commissie benoemt van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken.”

    r.o. 4.4

    “Het tijdens de ALV van 16 april 2024 genomen besluit tot goedkeuring van de jaarstukken van 2023 is nietig, omdat dit wel is genomen in strijd met artikel 2:48 BW. Er is namelijk geen raad van commissarissen, geen accountantsverklaring als bedoeld in artikel 2:393 BW en evenmin was er een kascommissie – ondanks het feit dat het besluit tot opheffing van de kascommissie nietig zal worden verklaard. Een kascommissie moet immers jaarlijks – telkens opnieuw – worden benoemd door de ALV, en dat was in dat jaar niet opnieuw gebeurd. Het besluit tot goedkeuring van de jaarstukken 2023 door de ALV is genomen ondanks het ontbreken van de door de wet voorgeschreven voorafgaande handeling – het onderzoek van de stukken – door de kascommissie en is daarom gelet op artikel 2:14 BW nietig. De rechtbank zal de gevorderde verklaring voor recht toewijzen. De vordering tot het verstrekken van stukken en informatie is niet toewijsbaar”

    r.o. 4.6

    ECLI:NL:RBNHO:2026:183

  • Rechtbank Rotterdam · 12 augustus 2026

    Rechterlijke statutenwijziging stichting zonder raad van toezicht ex artikel 2:294 BW

    “[…] Zo kan de Raad van Toezicht (a) geen toezicht houden op het beleid en de gang van zaken binnen de Stichting, (b) niet voorzien in kwalitatief goed bestuur door het benoemen van, het toezicht houden op, het beoordelen en het zo nodig ontslaan van de leden van de Raad van Bestuur, (c) geen registeraccountant, accountants-administratieconsulent dan wel andere deskundige in de zin van artikel 2:393 BW benoemen en/of opdracht verstrekken, (d) geen gebruikmaken van zijn goedkeuringsrecht inzake strategische beslissingen, (e) geen zorgdragen voor adequate statuten en reglementen, (f) geen opdracht geven de jaarrekening te onderzoeken, (g) niet besluiten omtrent de vaststelling van de jaarrekening en die ook niet ondertekenen en (h) geen voorafgaande goedkeuring geven aan een besluit tot statutenwijziging, fusie of splitsing. Op grond van artikel 19 van de statuten kan de rechtbank worden verzocht een lid van de Raad van Toezicht te benoemen, maar in de rechtspraak is een dergelijk verzoek meermaals afgewezen. De Stichting wenst voornoemde bepaling/ de benoemingsprocedure in geval van belet of ontstentenis van een of meer leden van de Raad van Toezicht te wijzigen, conform het […]”

    r.o. 3.2

    ECLI:NL:RBROT:2026:11351