← Alle artikelen

Titel 9. De jaarrekening en het bestuursverslag · Afdeling 4. Voorschriften omtrent de winst- en verliesrekening en de toelichting daarop

Artikel 2:377 BW

In deze vorm in werking sinds 1 november 2015, laatst gewijzigd bij Stb. 2015, 349

1

Op de winst- en verliesrekening worden afzonderlijk opgenomen:

a.de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, de belastingen daarover en het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belastingen;

b.de overige belastingen;

c.het resultaat na belastingen.

2

De baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening worden hetzij overeenkomstig lid 3, hetzij overeenkomstig lid 4 gesplitst.

3

Afzonderlijk worden opgenomen:

a.de netto-omzet;

b.de toe- of afneming van de voorraad gereed produkt en onderhanden werk ten opzichte van de voorafgaande balansdatum;

c.de geactiveerde produktie ten behoeve van het eigen bedrijf;

d.de overige bedrijfsopbrengsten;

e.de lonen;

f.de sociale lasten met afzonderlijke vermelding van de pensioenlasten;

g.de kosten van grond- en hulpstoffen en de overige externe kosten;

h.de afschrijvingen en de waardeverminderingen ten laste van de immateriële en de materiële vaste activa, gesplitst naar die groepen activa;

i.waardeverminderingen van vlottende activa, voor zover zij de bij de rechtspersoon gebruikelijke waardeverminderingen overtreffen;

j.de overige bedrijfskosten;

k.het resultaat uit deelnemingen;

l.opbrengsten van andere effecten en vorderingen, die tot de vaste activa behoren;

m.de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten;

n.de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren;

o.de rentelasten en soortgelijke kosten.

4

Afzonderlijk worden opgenomen:

a.de netto-omzet;

b.de kostprijs van de omzet, met uitzondering van de daarin opgenomen rentelasten, doch met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;

c.het bruto-omzetresultaat als saldo van de posten a en b;

d.de verkoopkosten, met inbegrip van de afschrijvingen en buitengewone waardeverminderingen;

e.de algemene beheerskosten, met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;

f.de overige bedrijfsopbrengsten;

g.het resultaat uit deelnemingen;

h.opbrengsten uit andere effecten en vorderingen die tot de vaste activa behoren;

i.de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten;

j.de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren;

k.de rentelasten en soortgelijke kosten.

5

Bij de posten k-o van lid 3 en de posten g-k van lid 4 worden afzonderlijk vermeld de baten en lasten uit de verhouding met groepsmaatschappijen.

6

Onder de netto-omzet wordt verstaan de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen.

7

Baten en lasten welke aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend, worden naar aard en omvang toegelicht.

8

Vermeld wordt het bedrag en de aard van de posten van baten en lasten die van uitzonderlijke omvang zijn of in uitzonderlijke mate voorkomen.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:377 BW (2)

Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.

Conclusies van de A-G (2)

  • Parket bij de Hoge Raad · 30 juni 2017

    Afgeleide schade moedervennootschap en vereenzelviging met dochters bij gederfde winst

    “[…] maar dat dit afhankelijk is van tal van factoren. Het resultaat van deze vennootschappen na belastingen, dat aan het einde van elk boekjaar wordt vastgesteld, is niet gelijk te stellen met enkel de te behalen winsten op reversals indien ING voldoende leenstukken ter beschikking had gesteld, maar is een afleiding uit de verschillende baten en lasten van de vennootschappen (vgl. de artt. 2:362 en 2:377 BW). Voorts wordt pas toegekomen aan een uitkering of reservering van de winst, voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden (art. 2:216 lid 1 BW). Cross Options had dan ook feiten en omstandigheden moeten aanvoeren waaruit volgt dat de door Cross Options gestelde schade (bestaande uit gederfde winst) als gevolg van het feit dat door ING gedurende de periode van 1 april 1991 tot en met 31 december 1992 niet voldoende leenstukken ter beschikking waren gesteld aan Extra niet beïnvloed werd door omstandigheden aan de zijde van de werkmaatschappijen, hetgeen Cross Options echter heeft nagelaten. Dat Cross Options en de werkmaatschappijen volgens Cross Options een fiscale eenheid hebben gevormd speelt bij dit alles […]”

    r.o. 2.28

    ECLI:NL:PHR:2017:657

  • Parket bij de Hoge Raad · 10 februari 2006

    Conclusie A-G: jaarrekeningrecht KPN, RJ-richtlijnen, artikel 2:362 BW en impairment

    “RJ (1999) 270 bevat de volgende aanbevelingen over het onderscheid tussen baten (en lasten) uit de gewone bedrijfsuitoefening enerzijds en de buitengewone baten en lasten anderzijds: "204 In het 'resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening' worden op grond van artikel 2:377 lid 1 BW opgenomen 'de baten en lasten uit gewone bedrijfsuitoefening'. Daartoe zijn te rekenen de baten en lasten die voortvloeien uit gebeurtenissen of handelingen die karakteristiek (of gewoon) zijn voor het bedrijf van de rechtspersoon. (...) 205 Voor de beantwoording van de vraag welke gebeurtenissen en handelingen karakteristiek zijn voor het bedrijf, is het criterium de frequentie van voorkomen, bezien in relatie tot de voor het bedrijf gebruikelijke duur van de productiecyclus (geld-goederen/diensten-geld), gebruiksduur van vaste activa en dergelijke. Naarmate de frequentie lager is, is het aannemelijker dat de desbetreffende gebeurtenis of handeling niet tot de gewone bedrijfsuitoefening behoort. 206 De grootte van het bedrijf kan bij het onderscheid gewoon-buitengewoon een rol spelen. Naarmate het bedrijf groter is, kunnen bepaalde bijzondere gebeurtenissen en handelingen vaker voorkomen, zodat de baten […]”

    r.o. 4.8 · lid 1

    “Gebruikelijk in het jaarrekeningrecht is het onderscheid tussen baten uit gewone bedrijfsuitoefening en buitengewone baten. Art. 2:377 lid 1 BW bepaalt als volgt: "Op de winst- en verliesrekening worden afzonderlijk opgenomen: a. de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, de belastingen daarover (...); b. de buitengewone baten en lasten, de belastingen daarover (...) c. de overige belastingen; d. het resultaat na belastingen;" De correctie van de "misslag" heeft betrekking op de vraag of de verwateringswinst onder a of b van art. 2:377 lid 1 BW dient te worden verantwoord. In rechtsoverweging 3.6 van het tussenarrest van 7 november 2002 oordeelt de Ondernemingskamer onder meer dat "KPN geregeld deelnemingen verwerft, onderscheidenlijk afstoot" en om die reden aanvaardbaar is "de verwateringswinst op te nemen in het resultaat uit "gewone bedrijfsuitoefening"". Op grond van het door artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht in het resultaat diende de verwateringswinst in dat geval volgens de Ondernemingskamer wel door middel van het opnemen van een afzonderlijke post verantwoord te worden (als "Resultaat uit niet-operationele bedrijfsvoering (of een soortgelijke […]”

    r.o. 4.13 · lid 1

    “Onderdeel 1.5 voert in de eerste plaats aan dat het oordeel van de Ondernemingskamer - in rechtsoverwegingen 3.6 en 3.7 van het tussenarrest van 7 november 2002 - dat rubricering van de verwateringswinst onder de door art. 2:377 leden 3 en 4 BW voorgeschreven rubriek "overige bedrijfsopbrengsten" niet het door art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht verschaft, in strijd is met het recht, althans onvoldoende is gemotiveerd. Met name keert het onderdeel zich tegen de volgende rechtsoverweging:(46) "3.6 Onjuist acht de Ondernemingskamer evenwel de rubricering van de verwateringswinst onder de "Overige bedrijfsopbrengsten". Door opneming als onderdeel van de bedrijfsopbrengsten waarop vervolgens de kosten (bedrijfslasten) in mindering worden gebracht, draagt de verwateringswinst bij aan het "Bedrijfsresultaat" waardoor de indruk wordt gewekt dat hier sprake is van opbrengsten uit de operationele bedrijfsvoering van KPN. Zulks versluiert evenwel het door artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht in (de opbouw van) het resultaat, aangezien KPN geen handelaar in telecombedrijven is en het verwerven en afstoten van deelnemingen niet tot haar normale dagelijkse bedrijfsvoering behoort." De […]”

    r.o. 4.16 · leden 3, 4

    “Deze klacht faalt. Het bezwaar van de Ondernemingskamer betreft het feit dat in de door KPN gekozen presentatie de indruk wordt gewekt dat de verwateringswinst een opbrengst betreft uit het bedrijfsresultaat en wel uit operationele bedrijfsvoering. Om dit te voorkomen laat de Ondernemingskamer de keuze tussen het verwerken van de verwateringswinst als afzonderlijke post van het bedrijfsresultaat met omschrijving van het niet-operationele karakter ervan, dan wel als buitengewone bate. In beide door de Ondernemingskamer toegelaten benaderingen wordt de verwateringswinst in de winst- en verliesrekening niet meegenomen in de telling van het bedrijfsresultaat (zie inderdaad voor een andere wijze van tellen van het bedrijfsresultaat de geconsolideerde winst- en verliesrekening op p. 79 van het jaarverslag 2000 van KPN, LT). Dat is kennelijk hetgeen voor de Ondernemingskamer de kern van de door haar voorgestane benadering is waarbij voor de Ondernemingskamer ook een rol speelt dat de verwateringswinst groter is dan het bedrijfsresultaat uit de gewone bedrijfsvoering. Van innerlijke tegenstrijdigheid is hier mijns inziens geen sprake. De benadering van de Ondernemingskamer is op zichzelf […]”

    r.o. 4.17

    ECLI:NL:PHR:2006:AU7473