← Alle artikelen

Titel 7. Fusie en splitsing · Afdeling 6. Bijzondere bepalingen voor grensoverschrijdende splitsingen

Artikel 2:334tt BW

In werking getreden op 1 september 2023 (Stb. 2023, 252)

In afwijking van artikel 334t lid 2 is voor ondeelbare verbintenissen van de gesplitste vennootschap de verkrijgende vennootschap waarop de verbintenis is overgegaan of, zo de verbintenis niet op een verkrijgende vennootschap is overgegaan, de voortbestaande gesplitste vennootschap voor het geheel aansprakelijk. De aansprakelijkheid voor ondeelbare verbintenissen van de gesplitste vennootschap is voor elke andere vennootschap beperkt tot de waarde van het vermogen dat zij bij de splitsing heeft verkregen of behouden.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:334tt BW (1)

Conclusies van de A-G (1)

  • Parket bij de Hoge Raad · 22 september 2023

    Conclusie: ondeelbaarheid bij rechtshandeling en aansprakelijkheid bij splitsing ex artikel 2:334t BW

    “Bij wet van 24 december 1997, in werking getreden op 1 februari 1998, heeft Nederland de Europese Zesde Richtlijn uit 1982 betreffende splitsingen van naamloze vennootschappen geïmplementeerd. Deze richtlijn verplicht de lidstaten niet tot invoering van een splitsingsregeling, maar als een splitsingsregeling wordt ingevoerd, moeten de bepalingen van de richtlijn worden gevolgd. Deze richtlijn is nadien neergelegd in een Verzamelrichtlijn, die weer is gewijzigd in de Mobiliteitsrichtlijn. Naar aanleiding van laatstgenoemde richtlijn is Afdeling 6 toegevoegd aan Titel 7 van Boek 2 BW, en zijn daarin ook andere wijzigingen doorgevoerd, een en ander per 1 september 2023. Voor de onderhavige zaak kan ik mij verder beperken tot de binnenlandse splitsing als geregeld in die Afdeling 4-5. Wel kom ik onder 3.27-3.29 hierna terug op een relevant artikel uit die Afdeling 6: art. 2:334tt BW, de (deels op art. 2:334t BW voortbouwende) pendant van art. 2:334t BW voor de grensoverschrijdende splitsing.”

    r.o. 3.12

    “De achtergrond hiervan is als volgt toegelicht in de parlementaire geschiedenis: “Nieuw artikel 2:334tt Artikel 2:334tt BW implementeert artikel 160undecies lid 2 van de gewijzigde Vennootschapsrichtlijn. Artikel 2:334tt BW kent - net als artikel 2:334ss BW - geen pendant in de (grensoverschrijdende) fusieregeling. Artikel 160undecies lid 2 van de gewijzigde Vennootschapsrichtlijn regelt de aansprakelijkheid voor de nakoming van de verbintenissen van de gesplitste vennootschap ten tijde van de grensoverschrijdende splitsing. Het artikel bepaalt dat wanneer een schuldeiser van de gesplitste vennootschap geen voldoening krijgt van de vennootschap waaraan het passief is toegewezen, de andere verkrijgende vennootschappen, en, in het geval van een afsplitsing of hybride splitsing, de gesplitste vennootschap, samen met de vennootschap waaraan het passief is toegewezen hoofdelijk tot nakoming van die verbintenis gehouden zijn. Het maximumbedrag van de hoofdelijke aansprakelijkheid van een vennootschap die aan de splitsing deelneemt, wordt beperkt tot de waarde van het nettoactief dat aan die vennootschap op de datum waarop de splitsing van kracht wordt, wordt toegewezen.Het huidige […]”

    r.o. 3.28

    “[…] van de implementatie van de Mobiliteitsrichtlijn zo’n aanpassing door te voeren. Dat de wetgever dit niet heeft gedaan omdat hij die in de literatuur geuite kritiek inhoudelijk verwerpt, valt nergens uit de onder 3.28 hiervoor geciteerde toelichting op te maken. Daarin lees ik intussen wel iets over de uitleg van ondeelbare en deelbare verbintenissen in het kader van art. 2:334t BW (en art. 2:334tt BW). Namelijk: “Is een prestatie naar haar aard niet deelbaar, dan is er sprake van een ondeelbare verbintenis (zie ook artikel 6:6 lid 2 BW). Voorbeelden van ondeelbare verbintenissen zijn onder meer verbintenissen tot overdracht van een huis of verbintenissen om een prestatie te leveren waarvan de nakoming afhankelijk is van de persoon van degene die moet nakomen.” Verder bevestigen art. 2:334tt BW en genoemde toelichting daarop dat, anders dan nog te lezen valt in de onder 3.22 hiervoor geciteerde toelichting op art. 2:334t BW, zo’n aansprakelijkheidsbeperking tevens kan werken bij aansprakelijkheid voor ondeelbare verbintenissen van de gesplitste vennootschap.”

    r.o. 3.29

    “[…] verbintenissen” in lid 2 tevens kan gaan om ondeelbaarheid enkel bij rechtshandeling (krachtens partijbedoeling), dus niet ook naar de aard van (de prestatie onder) de verbintenis, dan zou het bij deze stand van zaken minst genomen voor de hand hebben gelegen dat hij daaraan toelichtende opmerkingen had gewijd. Het voorgaande vindt inmiddels bevestiging in de parlementaire geschiedenis van art. 2:334tt BW. Daarin wordt immers mede benadrukt, (ook) voor art. 2:334t BW: ““Is een prestatie naar haar aard niet deelbaar, dan is er sprake van een ondeelbare verbintenis (zie ook artikel 6:6 lid 2 BW).” Zie onder 3.28-3.29 hiervoor.”

    r.o. 3.33

    ECLI:NL:PHR:2023:828