Titel 7. Fusie en splitsing · Afdeling 4. Algemene bepalingen omtrent splitsingen
Artikel 2:334g BW
In deze vorm in werking sinds 1 juli 2011, laatst gewijzigd bij Stb. 2011, 234
(Bijna) gelijk aan art. 2:341 BWC (Curaçao)
In een schriftelijke toelichting geeft het bestuur van elke partij bij de splitsing de redenen voor de splitsing met een uiteenzetting over de verwachte gevolgen voor de werkzaamheden en een toelichting uit juridisch, economisch en sociaal oogpunt.
Indien het laatste boekjaar van de rechtspersoon, waarover een jaarrekening of andere financiële verantwoording is vastgesteld, meer dan zes maanden voor de nederlegging of openbaarmaking van het voorstel tot splitsing is verstreken, maakt het bestuur een jaarrekening of tussentijdse vermogensopstelling op. Deze heeft betrekking op de stand van het vermogen op ten vroegste de eerste dag van de derde maand voor de maand waarin zij wordt neergelegd. De vermogensopstelling wordt opgemaakt met inachtneming van de indeling en de waarderingsmethoden die in de laatst vastgestelde jaarrekening of andere financiële verantwoording zijn toegepast, tenzij daarvan gemotiveerd wordt afgeweken op grond dat de actuele waarde belangrijk afwijkt van de boekwaarde. In de vermogensopstelling worden de krachtens de wet of de statuten te reserveren bedragen opgenomen.
Lid 2 blijft buiten toepassing indien een rechtspersoon voldoet aan de vereisten met betrekking tot de halfjaarlijkse financiële verslaggeving genoemd in artikel 5:25d van de Wet op het financieel toezicht.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:334g BW (1)
Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.
Rechtbanken (1)
Bestuurder aansprakelijk voor eigen advocaatkosten ten laste van vennootschap na ruziesplitsing
“[…] in Verkrijgende Vennootschap I ( [bedrijf 6] B.V.) worden toegekend aan [gedaagde 1] . Het splitsingsvoorstel luidt, voor zover hier van belang als volgt: D. Waardering te splitsen vermogensbestanddelen De waarde van het (deel van het vermogen) dat Verkrijgende Vennootschap I zal verkrijgen, bepaald naar de dag waarop de jaarrekening van de Splitsende Rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:334g lid 2 van het Burgerlijk Wetboek - welke als ( Bijlage 16 ) aan dit voorstel is gehecht - betrekking heeft, bedraagt negen miljoen éénhonderdeenduizend zeshonderdachtentachtig euro ( € 9.101.688,00 ), zijnde in het bijzonder: - de aan deze vennootschap toebedeelde materiele vaste activa, - registergoederen, verminderd met de daarop rustende belastinglatentie, - een effectenportefeuille verminderd met de daarop rustende belastinglatentie, - een schuld wegens latentie onderhoudsvoorziening, - een schuld aan de Stichting [stichting], - waarborgsommen en - een bedrag aan liquide middelen. Dit bedrag zal worden verhoogd of verlaagd tot de waarde van de desbetreffende vermogensbestanddelen per de dag van inwerkingtreding van de splitsing conform het nog uit te brengen bindend […]”
r.o. 2.21 · lid 2