← Alle artikelen

Titel 2. Verenigingen

Artikel 2:52 BW

In deze vorm in werking sinds 1 januari 1984, laatst gewijzigd bij Stb. 1983, 663

Voorzover van de bepalingen van deze titel in de statuten kan worden afgeweken, kan deze afwijking alleen geschieden bij op schrift gestelde statuten.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:52 BW (1)

Conclusies van de A-G (1)

  • Parket bij de Hoge Raad · 18 oktober 2019

    Conclusie: vernietiging statutenwijziging vereniging wegens strijd met redelijkheid en billijkheid; artikel 3:53 lid 2 BW

    “[…] argumenten laat destilleren (nrs. 2.1.4-2.1.7). De meanderende gedachtegang van de VD in die nrs. 2.1.4-2.1.7 komt op het volgende neer. Ervan uitgaande dat het geen uitgemaakte zaak is of art. 2:8 toepassing vindt op de rechtsverhouding tussen “een vereniging (een rechtspersoon) en haar leden” (nr. 2.1.4), beroept de VD zich op: - de aantasting van “de kern van het verenigingsrecht (art. 2:26-2:52 BW)” (nr. 2.1.5); - de ondermijning van “het gezag van de ledenvergadering” en art. 2:42-2:43 BW (nr. 2.1.6); - de exclusiviteit van art. 2:8 lid 2 BW (nr. 2.1.6); - de beperking van art. 2:15 lid 1 sub b BW, “materieel bezien”, tot besluiten die “in objectiveerbare zin” in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid (nr. 2.1.7); - de door de rechter toe te passen terughoudendheid (nr. 2.1.7). Met dit betoog, dat haaks staat op het door de VD in feitelijke instanties gevoerde verweer als herhaald in subonderdelen 1.2 en 1.6, wil de VD het bereik van art. 2:8 BW nóg verder beperken dan al wordt voorgestaan in dat verweer en die subonderdelen. Immers, met dit betoog wil de VD (zelfs) ook individuele leden van een vereniging van dat bereik uitsluiten. Dit kan niet worden gevolgd.”

    r.o. 3.23

    ECLI:NL:PHR:2019:1178