Titel 2. Verenigingen
Artikel 2:43 BW
In deze vorm in werking sinds 1 oktober 1997, laatst gewijzigd bij Stb. 1996, 181
(Bijna) gelijk aan art. 2:87 BWC (Curaçao)
Tenzij de statuten anders bepalen, behoeft een besluit tot statutenwijziging ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen.
Voor zover de bevoegdheid tot wijziging bij de statuten mocht zijn uitgesloten, is wijziging niettemin mogelijk met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden of afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Een bepaling in de statuten, welke de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere bepalingen beperkt, kan slechts worden gewijzigd met inachtneming van gelijke beperking.
Een bepaling in de statuten, welke de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere bepalingen uitsluit, kan slechts worden gewijzigd met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden of afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Heeft de vereniging volledige rechtsbevoegdheid, dan treedt de wijziging niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neder te leggen ten kantore van het handelsregister.
De bestuurders van een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid, waarvan de statuten overeenkomstig artikel 30 lid 3 van dit Boek in afschrift ten kantore van het handelsregister zijn nedergelegd, zijn verplicht aldaar tevens een afschrift van de wijziging en van de gewijzigde statuten neder te leggen.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:43 BW (4)
Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.
Conclusies van de A-G (2)
Uittreedvergoeding coöperatie zonder statutaire grondslag: artikel 2:60 BW
“[…] niet en een enkele keer wel’. Zijn betoog ademt een ruimere benadering. Daarbij wordt door hem bijvoorbeeld niet toegelicht waaraan (het ontbreken van) zo’n strekking is ontleend. Noch opgemerkt dat een besluit tot statutenwijziging, zoals ter invoering van een uittreedvoorwaarde in de zin van art. 2:60 BW (“bij de statuten”), in beginsel ook niet vergt dat alle leden vóór stemmen (art. 2:43 BW in verbinding met art. 2:53a lid 1 BW).Ik noem hier verder Cremers. Zij heeft recent een lans gebroken voor de mogelijkheid van een zuiver contractuele route bij een uittreedvoorwaarde in de zin van art. 2:60 BW. Aldus dat haar “dunkt dat een lid ook gebonden zou moeten kunnen zijn aan een louter contractuele regeling omtrent uittreedvoorwaarden die dat lid is overeengekomen.” Zij licht dit standpunt niet toe.”
r.o. 3.29Conclusie: vernietiging statutenwijziging vereniging wegens strijd met redelijkheid en billijkheid; artikel 3:53 lid 2 BW
“[…] nrs. 2.1.4-2.1.7 komt op het volgende neer. Ervan uitgaande dat het geen uitgemaakte zaak is of art. 2:8 toepassing vindt op de rechtsverhouding tussen “een vereniging (een rechtspersoon) en haar leden” (nr. 2.1.4), beroept de VD zich op: - de aantasting van “de kern van het verenigingsrecht (art. 2:26-2:52 BW)” (nr. 2.1.5); - de ondermijning van “het gezag van de ledenvergadering” en art. 2:42-2:43 BW (nr. 2.1.6); - de exclusiviteit van art. 2:8 lid 2 BW (nr. 2.1.6); - de beperking van art. 2:15 lid 1 sub b BW, “materieel bezien”, tot besluiten die “in objectiveerbare zin” in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid (nr. 2.1.7); - de door de rechter toe te passen terughoudendheid (nr. 2.1.7). Met dit betoog, dat haaks staat op het door de VD in feitelijke instanties gevoerde verweer als herhaald in subonderdelen 1.2 en 1.6, wil de VD het bereik van art. 2:8 BW nóg verder beperken dan al wordt voorgestaan in dat verweer en die subonderdelen. Immers, met dit betoog wil de VD (zelfs) ook individuele leden van een vereniging van dat bereik uitsluiten. Dit kan niet worden gevolgd.”
r.o. 3.23
Rechtbanken (2)
Ontheffing statutair quorum voor statutenwijziging vereniging op grond van redelijkheid en billijkheid
“Omdat alleen ontheffing is verzocht van de quorumeis uit artikel 20 laatste volzin, geldt op grond van artikel 2:43 lid 3 BW dat wel moet zijn voldaan aan de quorumeis uit artikel 20 eerste volzin van de statuten (inhoudende dat tenminste de helft van de leden (ver)tegenwoordig(d) is) en dat anders een nieuwe algemene vergadering moet plaatsvinden, zoals volgt uit die bepaling). De wijziging moet in beide gevallen met algemene stemmen worden aangenomen, zoals volgt uit artikel 20 laatste volzin, waarvoor geen ontheffing is verzocht. De rechtbank verleent daarom voor de eerstvolgende twee algemene vergaderingen waarin het besluit tot wijziging van artikel 20, 21 en 22 van de statuten wordt geagendeerd ontheffing van de quorumeis uit artikel 20 laatste volzin van de statuten. Indien en voor zover VOD met het zinsdeel “en te bepalen dat deze artikelen conform de besluiten van de ledenvergaderingen van 3 en 24 oktober 2024 gewijzigd kunnen worden volgens de door de notaris voorgestelde artikelen 20 en 21” uit haar verzoek, ontheffing met terugwerkende kracht bedoelt te verzoeken, wordt dat afgewezen. Daarvoor bestaat immers geen wettelijke grondslag. Tijdens de genoemde vergaderingen […]”
r.o. 4.3 · lid 3Ontheffing statutair quorumvereiste coöperatieve vereniging op grond van redelijkheid en billijkheid
“Anders dan bij stichtingen (artikel 2:294 BW) kent de wet bij de vereniging geen mogelijkheid om de rechtbank te vragen de statuten te wijzigen als ongewijzigde handhaving zou leiden tot gevolgen die bij oprichting redelijkerwijs niet kunnen zijn gewild en de statuten niet in de mogelijkheid tot wijziging voorzien. Artikel 2:43 lid 1 BW regelt – voor het geval er in de statuten van een vereniging niets over is opgenomen – dat voor een statutenwijziging een twee derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen nodig is. In de statuten van de CVE is er echter wel een bepaling opgenomen over het wijzigen van de statuten, namelijk in artikel 29 van de statuten.”
r.o. 4.3 · lid 1