← Alle artikelen

Titel 2. Verenigingen

Artikel 2:48 BW

In deze vorm in werking sinds 1 november 2015, laatst gewijzigd bij Stb. 2015, 349

(Bijna) gelijk aan art. 2:89 BWC (Curaçao)

1

Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, een bestuursverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders en commissarissen; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.

2

Ontbreekt een raad van commissarissen en wordt omtrent de getrouwheid van de stukken aan de algemene vergadering niet overgelegd een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1, dan benoemt de algemene vergadering jaarlijks een commissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. De commissie onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede zin van lid 1, en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging voor raadpleging beschikbaar te stellen.

3

Een vereniging die een of meer ondernemingen in stand houdt welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, vermeldt bij de staat van baten en lasten de netto-omzet van deze ondernemingen.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:48 BW (8)

Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.

Rechtbanken (8)

  • Rechtbank Amsterdam · 24 juli 2026

    VvE-bijdrage: kascommissie van leden en geen onafhankelijke controle (artikel 2:48 BW)

    “[…] van die besluiten aan de kantonrechter kunnen vragen, maar dat heeft zij niet gedaan. Dit betekent dat de hoogte van de verplichte bijdragen per jaar nu vaststaan. [gedaagde] stelt nog wel dat een VvE sinds 2016 verplicht is om een onafhankelijke kascommissie de inkomsten en uitgaven te laten controleren en dat dit nooit is gebeurd, maar deze verplichting volgt niet uit de wet. Ingevolge artikel 2:48 BW dient de kascommissie te worden gevormd door twee leden van de VvE, niet zijnde het bestuur, maar dus niet door van de VvE onafhankelijke personen.”

    r.o. 4.3

    ECLI:NL:RBAMS:2026:7772

  • Rechtbank Gelderland · 13 mei 2026

    VvE: nietigheid herhaald besluit jaarstukken en decharge; Titel 9 Boek 2 niet van toepassing

    “Op grond van artikel 5:135 BW zijn de voorschriften van artikel 2:48 BW van overeenkomstige toepassing op een vereniging van eigenaars. Het bestuur van een vereniging van eigenaars is verplicht om aan de vergadering van eigenaars een bestuursverslag uit te brengen over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Ook dient het bestuur de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over te leggen. Deze stukken moeten worden ondertekend door de bestuurders. Met de staat van baten en lasten wordt in feite een winst- en verliesrekening bedoeld. De staat van baten lasten moet in feite een doorlopende overzicht bevatten van alle inkomsten en alle uitgaven. Uitdrukkelijk is op een vereniging van eigenaars het bepaalde in artikel 2:49 BW niet van toepassing. Laatstgenoemd wetsartikel schrijft voor dat een vereniging die een grotere onderneming in stand houdt, jaarlijks een jaarrekening moet opstellen. Deze jaarrekening moet zijn opgesteld overeenkomstig de bepalingen opgenomen in Boek 2 Titel 9 BW.”

    r.o. 4.4

    ECLI:NL:RBGEL:2026:3760

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22 april 2026

    Vernietiging besluiten VvE-vergadering: artikelen 2:15, 2:8 en 2:48 BW, kascommissie

    “De kantonrechter overweegt als volgt. Artikel 5:124 lid 3 BW jo. artikel 5:135 BW jo. artikel 2:48 BW bepaalt dat het bestuur de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering van eigenaars overlegt. De jaarrekening van 2024 is tijdens de vergadering toegelicht en de leden hebben de kans gekregen om daarover vragen te stellen.”

    r.o. 4.16

    “Op grond van artikel 2:48 lid 2 BW benoemt de vergadering jaarlijks een kascommissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten bedoeld in de tweede zin van lid 1, en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. Voor het jaar 2024 zijn de heer [penningmeester] en mevrouw [naam 2] aangesteld als kascommissie. Zij hebben de stukken gecontroleerd en vonden het verslag heel uitgebreid en duidelijk.”

    r.o. 4.17 · lid 2

    ECLI:NL:RBZWB:2026:3370

  • Rechtbank Amsterdam · 27 februari 2026

    VvE: nietig jaarrekeningbesluit wegens ontbrekende kascommissie, nietig digitaal vergaderbesluit

    “Het besluit tot goedkeuring van de jaarrekening over 2024 kan niet in stand blijven, omdat niet rechtsgeldig een kascommissie is benoemd. Het Modelreglement 1992 bevat geen regels over de kascommissie, zodat voor dit punt op de wet moet worden teruggevallen. Daarin is geregeld dat de kascommissie jaarlijks moet worden benoemd door de vergadering (artikel 5:135 Burgerlijk Wetboek in samenhang met artikel 2:48 lid 2 BW). Dat is hier in ieder geval niet gebeurd, de VvE heeft dat ook niet gesteld. Het besluit tot goedkeuring is daarom in strijd met de wet tot stand gekomen en het zal door de kantonrechter nietig worden verklaard. Het lijkt er op dat Delair een externe kascommissie heeft ingeschakeld, maar daar had in ieder geval een besluit van de vergadering aan ten grondslag moeten liggen. Of een (geheel) externe kascommissie toelaatbaar is, is gelet op artikel 2:48 lid 2 BW overigens ook nog de vraag. Nu de jaarrekening 2024 niet op de juiste wijze is vastgesteld, zal het besluit tot het verlenen van décharge worden vernietigd. Dit besluit bouwt immers voort op de jaarrekening en is daarom in strijd met de redelijkheid en billijkheid tot stand gekomen. besluit goedkeuring begroting”

    r.o. 4.5 · lid 2

    ECLI:NL:RBAMS:2026:2096

  • Rechtbank Den Haag · 23 februari 2026

    VvE-besluiten vernietigd: gebrekkige kascommissie, décharge en doorbelasting kosten aan leden

    “De kantonrechter overweegt als volgt. Artikel 58.2. van de Akte van Ondersplitsing bepaalt, voor zover relevant: Ontbreekt een raad van commissarissen, dan benoemt de vergadering een kascommissie, bestaande uit ten minste twee leden. Het lidmaatschap van de commissie is niet verenigbaar met de functie van bestuurder en die van voorzitter van de vergadering. De leden van de kascommissie onderzoeken de jaarrekening en brengen aan de vergadering verslag van hun bevindingen uit. […]. Dezelfde regel is ook vastgelegd in artikel 2:48 lid 2 BW.”

    r.o. 3.5 · lid 2

    “Verzoekers stellen nog dat het ontbreken van een geldige kascommissie tevens tot gevolg heeft volgt dat alle andere besluiten van financiële aard die op de vergadering van 30 juni 2025 zijn genomen eveneens gebrekkig tot stand zijn gekomen. Dat standpunt is niet juist. Op grond van artikel 58 van de splitsingsakte en artikel 2:48 BW is het de taak van de kascommissie om de jaarrekening over een boekjaar te onderzoeken en daarover advies uit te brengen aan de algemene ledenvergadering. De kascommissie heeft niet tot taak inhoudelijk te adviseren over andere zaken ook niet indien het zaken betreft van financiële aard. Het besluit tot benoeming van [naam 3] en [naam 6] blijft in stand”

    r.o. 3.8

    “De kantonrechter stelt vast dat uit artikel 2:48 BW en artikel 58 van de splitsingsakte niet volgt niet dat het verboden is voor een lid om meer dan twee jaren onafgebroken deel te nemen aan de kascommissie. Verzoekers stellen dat deze regel volgt uit het toepasselijke ‘Modelreglement 2006’, maar hebben niet benoemd in welk artikel van dit reglement dat zou staan. Het is niet aan de kantonrechter om in de splitsingsakte naar een feitelijke grondslag opzoek te gaan. Of [naam 3] langer dan twee onafgebroken benoemd is geweest als kascommissielid behoeft daarom geen inhoudelijke bespreking.”

    r.o. 3.10

    ECLI:NL:RBDHA:2026:3249

  • Rechtbank Amsterdam · 19 februari 2026

    Nietig VvE-besluit tot toestemming dakterras; benoeming kascommissielid niet vernietigd

    “Op grond van artikel 2:48 BW is het de taak van de kascommissie om de door het bestuur van de VvE na afloop van het boekjaar opgestelde balans en de staat van baten en lasten met toelichting te onderzoeken en verslag van haar bevindingen aan de vergadering van de VvE uit te brengen. De VvE heeft sinds 1 januari 2025 een nieuw bestuur. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, hebben [verzoekers] niet duidelijk gemaakt waarom [naam 1] niet in staat zou zijn zijn taak als lid van de kascommissie op juiste wijze te vervullen. Daarom kan niet worden geconcludeerd dat het besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid tot stand is gekomen. Bij gebreke van andere aangevoerde gronden voor vernietiging, wordt het verzoek van [verzoekers] afgewezen.”

    r.o. 4.17

    ECLI:NL:RBAMS:2026:1949

  • Rechtbank Amsterdam · 23 januari 2026

    Nietigheid en vernietigbaarheid van VvE-besluiten over bestuur, beheerder en jaarrekening afgewezen

    “Artikel 5:124 lid 3 BW jo. artikel 5:135 BW jo. artikel 2:48 BW bepaalt dat het bestuur de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering van eigenaars overlegt. Op grond van artikel 2:48 lid 2 BW en artikel 63 lid 2 van de splitsingsakte benoemt de vergadering jaarlijks een kascommissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken.”

    r.o. 4.11 · lid 2

    ECLI:NL:RBAMS:2026:1318

  • Rechtbank Noord-Holland · 14 januari 2026

    Nietige ALV-besluiten vereniging: opheffing kascommissie en goedkeuring jaarstukken zonder kascommissie

    “[…] statuten is genomen. Het voorstel tot opheffing van de kascommissie was niet op de agenda gezet. Daarom moest er een quorum voor de stemming zijn en dat is niet behaald (slechts 31 stemmen waren vertegenwoordigd, een minderheid van het totaal aantal leden van 68). De besluiten tot goedkeuring van de jaarstukken van 2021, 2022 en 2023 zijn ook nietig, omdat de besluiten in strijd zijn met artikel 2:48 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) juncto artikel 2:393 BW. Voor de goedkeuring is de controle door een accountant of een kascommissie nodig. Die waren er niet. [eiser 2] stelt subsidiair dat het besluit tot goedkeuring van de jaarrekening 2023 vernietigbaar is, omdat het in strijd is met de statuten. Omdat het besluit tot opheffing van de kascommissie nietig is, is de kascommissie niet in staat geweest de ledenvergadering te adviseren omdat haar vragen niet zijn beantwoord en omdat verzochte financiële informatie niet door het bestuur aan haar is geleverd. Het is in het belang van de vereniging dat de kascommissie alsnog in staat wordt gesteld de financiële verantwoording over de jaren 2021, 2022 en 2023 te controleren en haar verslag uit te brengen aan de ledenvergadering over […]”

    r.o. 3.2 · lid 2

    “De rechtbank stelt voorop dat artikel 2:48 lid 2 BW bepaalt dat als bij een vereniging een raad van commissarissen ontbreekt en over de getrouwheid van de jaarstukken aan de ALV geen verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 BW (accountantscontroleverklaring) wordt overgelegd, de ALV jaarlijks een commissie benoemt van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken.”

    r.o. 4.4 · lid 2

    “De besluiten van de ALV van 4 oktober 2023 tot goedkeuring van de jaarstukken van 2021 en 2022 zijn, anders dan [eiser 2] stelt, niet nietig: ze zijn niet in strijd met artikel 2:48 BW genomen. De kascommissie was ten tijde van deze besluiten van de ALV nog in functie. Volgens de notulen van de ALV van 4 oktober 2023 is namelijk eerst besloten tot goedkeuring van deze jaarstukken; pas daarna is het besluit tot opheffing van de kascommissie genomen. De kascommissie heeft weliswaar geen verslag uitgebracht van haar bevindingen met betrekking tot de balans en de staat van baten en lasten met toelichting van het bestuur van 2021 en 2022, maar dit enkele feit maakt het besluit van de ALV niet nietig. Voor het overige is voldaan aan het voorschrift van artikel 2:48 BW. [eiser 2] en zijn zoon hebben ervoor gekozen om aan de ALV geen verslag uit te brengen, terwijl zij wel in staat zijn gesteld deze stukken te onderzoeken en van hun bevindingen verslag uit te brengen aan de ALV; zij zijn niet naar de bewuste vergadering gegaan en hebben evenmin om uitstel gevraagd. Ter zitting daarnaar gevraagd heeft [eiser 2] geen enkel element kunnen benoemen waarin het bestuur in de […]”

    r.o. 4.5

    “Het tijdens de ALV van 16 april 2024 genomen besluit tot goedkeuring van de jaarstukken van 2023 is nietig, omdat dit wel is genomen in strijd met artikel 2:48 BW. Er is namelijk geen raad van commissarissen, geen accountantsverklaring als bedoeld in artikel 2:393 BW en evenmin was er een kascommissie – ondanks het feit dat het besluit tot opheffing van de kascommissie nietig zal worden verklaard. Een kascommissie moet immers jaarlijks – telkens opnieuw – worden benoemd door de ALV, en dat was in dat jaar niet opnieuw gebeurd. Het besluit tot goedkeuring van de jaarstukken 2023 door de ALV is genomen ondanks het ontbreken van de door de wet voorgeschreven voorafgaande handeling – het onderzoek van de stukken – door de kascommissie en is daarom gelet op artikel 2:14 BW nietig. De rechtbank zal de gevorderde verklaring voor recht toewijzen. De vordering tot het verstrekken van stukken en informatie is niet toewijsbaar”

    r.o. 4.6

    ECLI:NL:RBNHO:2026:183