Titel 2. Verenigingen
Artikel 2:41 BW
In deze vorm in werking sinds 1 januari 2007, laatst gewijzigd bij Stb. 2006, 525
(Bijna) gelijk aan art. 2:84 BWC (Curaçao)
Het bestuur roept de algemene vergadering bijeen, zo dikwijls het dit wenselijk oordeelt, of wanneer het daartoe volgens de wet of de statuten verplicht is. De statuten kunnen deze bevoegdheid ook aan anderen dan het bestuur verlenen.
Op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden of afgevaardigden als bevoegd is tot het uitbrengen van een tiende gedeelte der stemmen in de algemene vergadering of van een zoveel geringer aantal als bij de statuten is bepaald, is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek.
Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen, tenzij in de statuten de wijze van bijeenroeping der algemene vergadering voor dit geval anders is geregeld, de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het bestuur de algemene vergadering bijeenroept of bij advertentie in ten minste één ter plaatse waar de vereniging gevestigd is, veelgelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het opstellen der notulen.
Tenzij de statuten anders bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek bedoeld in lid 2 voldaan indien het verzoek elektronisch is vastgelegd.
Tenzij de statuten anders bepalen kan, indien een lid of afgevaardigde hiermee instemt, de bijeenroeping geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem voor dit doel is bekend gemaakt.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:41 BW (4)
Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.
Hoge Raad (1)
Elektronische oproeping vergadering van eigenaars: artikel 2:41 lid 5 BW naar analogie
“Onderdeel I van het middel is gericht tegen de overweging van het hof in rov. 3.7.2 van het bestreden arrest dat het modelreglement niet uitsluit dat oproeping voor een VvE-vergadering behalve per post ook per e-mail kan plaatsvinden. Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting indien het heeft geoordeeld dat elektronische oproeping op grond van art. 2:41 lid 5 BW alleen dan niet is toegestaan als de statuten dat expliciet verbieden. Uit art. 2:41 lid 5 BW vloeit voort dat elektronische oproeping slechts is toegestaan indien de statuten daartoe de mogelijkheid openen, aldus het onderdeel.”
r.o. 3.1.1 · lid 5“Art. 2:41 lid 5 BW luidt als volgt: “Tenzij de statuten anders bepalen kan, indien een lid of afgevaardigde hiermee instemt, de bijeenroeping geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem voor dit doel is bekend gemaakt.” Art. 2:41 BW is, bij gebreke van een schakelbepaling, niet rechtstreeks van toepassing op de vereniging van eigenaars (art. 5:124 lid 3 BW). Niettemin moet, overeenkomstig de uitlatingen van de minister genoemd in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.15, worden aangenomen dat de vergadering van eigenaars langs elektronische weg kan worden bijeengeroepen met inachtneming van de voorwaarden en het voorbehoud genoemd in art. 2:41 lid 5 BW. Het onderdeel klaagt daarover terecht niet.”
r.o. 3.1.2 · lid 5“In de parlementaire geschiedenis van art. 2:41 lid 5 BW is niet nader toegelicht hoe de zinsnede “tenzij de statuten anders bepalen” moet worden uitgelegd. Aangenomen moet worden dat de zinsnede “tenzij de statuten anders bepalen” in deze bepaling inhoudt dat elektronische oproeping slechts dan niet is toegelaten indien die wijze van oproepen in de statuten voldoende duidelijk wordt uitgesloten.De hiervoor in 3.1.1 genoemde klacht faalt daarom.”
r.o. 3.1.3 · lid 5
Conclusies van de A-G (1)
Elektronische oproeping vve-vergadering en aanvang vernietigingstermijn; artikel 2:41 lid 5 BW
“De VvE betreft een in appartementsrechten verdeeld parkeerterrein. Het gaat in deze zaak om een verzoek van Fresch – lid van de VvE en tevens projectontwikkelaar van enkele naastgelegen bedrijventerreinen – tot vernietiging van besluiten van de vergadering van eigenaars, waaronder een besluit tot plaatsing van een hek langs het parkeerterrein. Fresch was niet ter vergadering aanwezig. Evenals de kantonrechter heeft het hof Fresch niet-ontvankelijk verklaard omdat zij haar verzoek niet heeft ingediend binnen de in art. 5:130 lid 2 BW bedoelde termijn van een maand nadat de verzoeker van het besluit heeft kennisgenomen of heeft kunnen kennisnemen. Het hof heeft daartoe overwogen dat Fresch per e-mail rechtsgeldig voor de vergadering is opgeroepen (art. 2:41 lid 5 BW) en dat zij al ruim twee maanden vóór de indiening van haar verzoek op de hoogte is gesteld van de besluitvorming. In cassatie wordt door Fresch tegen beide oordelen opgekomen. Ook bestrijdt zij het oordeel dat voor het besluit tot plaatsing van het hek geen gekwalificeerde meerderheid nodig was als bedoeld in art. 38 lid 5 Modelreglement 1992. Ik meen dat de klachten geen doel treffen.”
r.o. 1.1 · lid 5“[…] via dit e-mailadres ook eerder geen bezwaren geuit, noch laten weten dat zij op dat mailadres niet meer bereikbaar is. Integendeel, zij heeft zelf ook gecommuniceerd met (de beheerder van) [de VvE] vanaf het betreffende mailadres en pas per oktober 2020 een wijziging daarin doorgegeven. 11. Onder die omstandigheden moet ervan worden uitgegaan dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 2:41 lid 5 BW, zijnde dat bijeenroeping kan geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem voor dit doel bekend is gemaakt. Dat betekent dat Fresch op de juiste wijze is opgeroepen voor de vergadering. Het niet controleren van de spam box van haar e-mail komt voor rekening van Fresch. Fresch had derhalve op de hoogte kunnen zijn van de vergadering, de verplaatsing daarvan en de agenda voor die vergadering. Uit de oproep blijkt ook dat de agenda is meegestuurd, zodat het standpunt dat de agenda niet is ontvangen, zonder nadere toelichting, niet tot een ander oordeel kan leiden. Oproeping voor de vergadering heeft derhalve op de juiste wijze plaatsgevonden. 12. Vervolgens is de vraag wanneer Fresch kennis had kunnen […]”
r.o. 2.7 · lid 5“Dit artikellid is ingevoerd bij wet van 20 oktober 2006 en heeft onder meer tot doel het versterken van de betrokkenheid van de leden bij (met name: grotere) verenigingen. De gedachte is dat de leden makkelijker en sneller kunnen worden bereikt met een elektronische oproeping. De bewoordingen “langs elektronische weg” in art. 2:41 lid 5 BW zijn techniekneutraal. Oproeping per e-mail valt daar in ieder geval onder.”
r.o. 3.8 · lid 5“Art. 2:41 lid 5 BW vangt aan met het voorbehoud ‘Tenzij de statuten anders bepalen’. Hiermee is tot uitdrukking gebracht dat met de bepaling slechts een faciliteit geboden wordt en dat verenigingen niet verplicht zijn om daarvan gebruik te maken.”
r.o. 3.10 · lid 5
Hoven en Ondernemingskamer (1)
Vernietiging VvE-besluiten: termijn, e-mailoproeping en redelijkheid en billijkheid (artikel 2:8 BW)
“[…] eerste argument van Badhuiskade is dat zij niet is opgeroepen voor de vergadering en dat de besluiten daarom in strijd met de wettelijke of statutaire bepalingen tot stand zijn gekomen. Dit argument faalt. De oproeping en de vergaderstukken voor de algemene ledenvergadering van 28 november 2024 zijn per e-mail en per gewone post van 12 november 2024 aan Badhuiskade verstuurd. Op grond van art. 2:41 lid 5 BW kan de oproeping geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door de geadresseerde voor dit doel is bekend gemaakt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat art. 2:41 BW, bij gebreke van een schakelbepaling, weliswaar niet rechtstreeks van toepassing is op de vereniging van eigenaars, maar dat niettemin moet worden aangenomen dat de vergadering van eigenaars langs elektronische weg kan worden bijeengeroepen met inachtneming van de voorwaarden en het voorbehoud genoemd in art. 2:41 lid 5 BW. Aangenomen moet worden dat de zinsnede “tenzij de statuten anders bepalen” inhoudt dat elektronische oproeping slechts dan niet is toegelaten indien die wijze van oproepen in de statuten voldoende duidelijk wordt uitgesloten (HR […]”
r.o. 6.7 · lid 5
Rechtbanken (1)
Vernietiging bestuursbenoeming supportersvereniging wegens onjuiste oproeping ledenvergadering
“Daaraan doet niet af dat de Hoge Raad oproeping langs elektronische weg toelaatbaar vindt tenzij de statuten anders bepalen. In die zaak ging het om een oproep per email. Daarmee is niet gezegd dat een oproep langs iedere elektronische weg toelaatbaar is. Artikel 2:41 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek eist daarvoor een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door de ontvanger voor dit doel bekend is gemaakt. Daarvan is bij publicatie op Instagram, Facebook of een website geen sprake.”
r.o. 5.4 · lid 5