← Alle artikelen

Titel 2. Verenigingen

Artikel 2:38 BW

In deze vorm in werking sinds 1 januari 2007, laatst gewijzigd bij Stb. 2006, 525

(Bijna) gelijk aan art. 2:81 BWC (Curaçao)

1

Behoudens het in het volgende artikel bepaalde, hebben alle leden die niet geschorst zijn, toegang tot de algemene vergadering en hebben daar ieder één stem; een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld, en is bevoegd daarover het woord te voeren. De statuten kunnen aan bepaalde leden meer dan één stem toekennen.

2

Tenzij de statuten anders bepalen, treden de voorzitter en de secretaris van het bestuur of hun vervangers, als zodanig ook op bij de algemene vergadering.

3

De statuten kunnen bepalen dat personen die deel uitmaken van andere organen der vereniging en die geen lid zijn, in de algemene vergadering stemrecht kunnen uitoefenen. Het aantal der door hen gezamenlijk uitgebrachte stemmen zal echter niet meer mogen zijn dan de helft van het aantal der door de leden uitgebrachte stemmen.

4

Tenzij de statuten anders bepalen, kan iemand die krachtens lid 1 of lid 3 stemgerechtigd is, aan een andere stemgerechtigde schriftelijk volmacht verlenen tot het uitbrengen van zijn stem.

5

Aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is vastgelegd.

6

De statuten kunnen bepalen dat iemand die krachtens lid 1 of lid 3 stemgerechtigd is het stemrecht kan uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel.

7

Voor de toepassing van lid 6 is vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan uitoefenen. De statuten kunnen bepalen dat bovendien is vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.

8

De statuten kunnen bepalen dat stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een elektronisch communicatiemiddel worden uitgebracht, doch niet eerder dan op de dertigste dag voor die van de vergadering, gelijk worden gesteld met stemmen die ten tijde van de vergadering worden uitgebracht.

9

Bij of krachtens de statuten kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Indien deze voorwaarden krachtens de statuten worden gesteld, worden deze bij de oproeping bekend gemaakt.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:38 BW (3)

Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.

Conclusies van de A-G (2)

  • Parket bij de Hoge Raad · 1 september 2023

    Elektronische oproeping vve-vergadering en aanvang vernietigingstermijn; artikel 2:41 lid 5 BW

    “In de toelichting bij het hierna te bespreken concept-wetsvoorstel Digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen wordt wel ingegaan op de betekenis van het voorbehoud. Dat wetsvoorstel biedt verenigingen de mogelijkheid om een elektronische vergadering uit te schrijven. Het voorgestelde art. 2:38 lid 6 BW luidt: “6. Tenzij de statuten anders bepalen, kan de algemene vergadering degene die bevoegd is de algemene vergadering bijeen te roepen machtigen om te bepalen dat de algemene vergadering tevens of uitsluitend toegankelijk is langs elektronische weg.” De memorie van toelichting vermeldt: “Gekozen is voor de termen ‘Tenzij de statuten anders bepalen’ omdat dit het beste past in het systeem van Boek 2 BW. Uit de statutaire bepaling zelf moet voldoende duidelijk blijken dat er wordt afgeweken van de wettelijk gecreëerde mogelijkheid om bij machtiging een vergadering langs uitsluitend elektronisch weg bijeen te roepen. Denk aan het verwijzen naar de wettelijke terminologie van het uitsluitend of tevens langs elektronische weg vergaderen of aan termen als ‘De algemene ledenvergadering vindt uitsluitend langs fysieke weg plaats’ of ‘Er zal op geen enkele wijze een […]”

    r.o. 3.13 · lid 6

    “[…] van toepassing op de vereniging van eigenaars (art. 5:124 lid 3 BW). Daarom is in 2010 bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en de Woningwet in verband met het plegen van onderhoud door verenigingen van eigenaars het amendement-Jansen c.s. ingediend, strekkend tot uitbreiding van artikel 5:135 BW met verwijzingen naar de (in 2007 ingevoerde) art. 2:38 lid 5 t/m 9 en art. 2:41 lid 4 en 5 BW: “Artikel 135 1. De artikelen 38 lid 5 tot en met 9, 41 lid 4 en 5, 45 lid 4 en 48 van Boek 2 zijn van toepassing. 2. Voor de toepassing van de artikelen 38 en 41 van Boek 2 worden de statuten gelijk gesteld met het huishoudelijk reglement van de Vereniging van Eigenaars.” De indieners van het amendement hadden tot doel een “klaarblijkelijke omissie” te herstellen door wettelijk te regelen dat de vve gebruik kan maken van elektronische middelen voor het oproepen voor de vergadering van eigenaars. Volgens de minister had het amendement echter geen toegevoegde waarde (cursivering aangebracht door mij): “Het amendement regelt dat de vereniging van eigenaren gebruik kan maken van elektronische middelen voor het bijeenroepen van de ledenvergadering […]”

    r.o. 3.15 · leden 5, 6, 7, 8, 9

    ECLI:NL:PHR:2023:758

  • Parket bij de Hoge Raad · 9 oktober 2020

    Onmiddellijke voorzieningen in enquête bij coöperatie met drie leden en patstelling

    “[…] Bij de statuten van een coöperatie kan worden bepaald dat er een raad van commissarissen zal zijn (art. 2:57 lid 1 BW). De statuten kunnen commissarissen stemrecht in de algemene ledenvergadering toekennen (art. 2:57 lid 7 BW). Dat de statuten van een coöperatie aan commissarissen die geen lid zijn stemrecht in de algemene vergadering kunnen toekennen, volgt ook uit art. 2:53a lid 1 BW jo. art. 2:38 lid 3 BW. In zoverre verschilt de coöperatie eveneens van een N.V. en B.V., waar, kort gezegd, slechts aandeelhouders stemrecht hebben in de algemene vergadering. In de statuten van de Coöperatie is niet voorzien in een raad van commissarissen. Met het toekennen van ‘contractueel’ stemrecht aan interim-bestuurder [verweerster 4] (zie ook onder 1.23 hiervoor) hebben de leden kennelijk beoogd gebruik te maken van de genoemde mogelijkheid die Boek 2 BW biedt om aan een persoon die deel uitmaakt van een ander orgaan dan de algemene vergadering en die geen lid van de Coöperatie is, in de algemene vergadering stemrecht toe te kennen. Dat vergt dan wel een statutaire basis, die in dit geval niet tot stand is gekomen. De statuten van de Coöperatie zijn op 9 juli 2015 voor het laatst […]”

    r.o. 3.2 · lid 3

    ECLI:NL:PHR:2020:925

Rechtbanken (1)

  • Rechtbank Limburg · 18 februari 2026

    Nietig sanctiebesluit commissie van beroep golfvereniging; ontzetting en bestuursverkiezing

    “[eisende partij] is tot slot van mening dat het bestuur niet rechtsgeldig is gekozen, omdat juniorleden en bedrijfsleden in artikel 4 lid 10 van de statuten uitgesloten zijn van stemrecht en dat is volgens hem in strijd met artikel 2:38 BW.”

    r.o. 4.17

    “De rechtbank overweegt dat de wet zich niet er tegen verzet dat een vereniging andere ‘aangeslotenen’ kent dan leden. Zij worden in de statuten vaak aangeduid als bijvoorbeeld juniorleden en buitenleden. Tussen de vereniging en de aangeslotenen bestaat een contractuele verhouding in plaats van een institutionele lidmaatschapsverhouding. De bepalingen uit Boek 2 BW omtrent lidmaatschap gelden niet voor deze betrekking. Artikel 4 lid 10 onder a van de statuten bepaalt dat onder meer jeugdleden en bedrijfslidmaatschappen dezelfde rechten en verplichtingen hebben als in of krachtens de statuten aan leden zijn toegekend en opgelegd met dien verstande dat zij geen vergaderrecht of stemrecht hebben, met dien verstande dat zij wel door het bestuur uitgenodigd kunnen worden voor een ledenvergadering en daarbij het recht krijgen in deze vergadering het woord te voeren. Uit het voorgaande volgt dat het uitsluiten van juniorleden en bedrijfsleden van stemrecht in de statuten niet in strijd is met artikel 2:38 BW. Slotsom”

    r.o. 4.19

    ECLI:NL:RBLIM:2026:1540