Titel 6. Stichtingen
Artikel 2:293 BW
In werking getreden op 26 juli 1976 (Stb. 1976, 395)
De statuten van de stichting kunnen door haar organen slechts worden gewijzigd, indien de statuten daartoe de mogelijkheid openen. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het in artikel 289 van dit Boek bedoelde register.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:293 BW (2)
Conclusies van de A-G (1)
Belanghebbende bij herroeping van beschikking tot wijziging stichtingsdoel (artikel 2:294 BW)
“Art. 2:293 BW ziet op de mogelijkheid van wijziging van de statuten van een stichting door een daartoe bevoegd orgaan van die stichting. Art. 2:294 BW, en daarom draait het in de onderhavige zaak, ziet op de mogelijkheid van wijziging van de statuten van een stichting door de rechter. De leden 1 en 2 daarvan luiden als volgt: 1. Indien ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot gevolgen, die bij de oprichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild, en de statuten de mogelijkheid van wijziging niet voorzien of zij die tot wijziging de bevoegdheid hebben, zulks nalaten, kan de rechtbank op verzoek van een oprichter, het bestuur of het openbaar ministerie de statuten wijzigen. 2. De rechtbank wijkt daarbij zo min mogelijk van de bestaande statuten af; indien wijziging van het doel noodzakelijk is, wijst zij een doel aan dat aan het bestaande verwant is. Met inachtneming van het vorenstaande is de rechtbank bevoegd, zo nodig, de statuten op andere wijze te wijzigen dan is verzocht. Bij de invoering van Boek 2 BW zijn de leden 1 en 2 van art. 2:294 BW overgenomen van art. 9 Wet op stichtingen. Wijziging door de rechter van het statutaire doel was indertijd niet mogelijk […]”
r.o. 3.7
Rechtbanken (1)
Rechterlijke statutenwijziging stichting wegens impasse in raad van toezicht (artikel 2:294 BW)
“Gezien de stukken en gelet op wat in het verzoekschrift is aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek toewijsbaar is. Nadat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, zal zij in de plaats komen van de wijziging als bedoeld in de tweede zin van artikel 2:293 BW. Het bestuur van de Stichting is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen bij het Handelsregister.”
r.o. 3.3