Titel 6. Stichtingen
Artikel 2:289 BW
In deze vorm in werking sinds 1 oktober 1997, laatst gewijzigd bij Stb. 1996, 181
De bestuurders zijn verplicht de stichting benevens de naam, de voornamen en de woonplaats of laatste woonplaats van de oprichter of oprichters te doen inschrijven in het handelsregister en een authentiek afschrift dan wel een authentiek uittreksel van de akte van oprichting bevattende de statuten, ten kantore van dat register neer te leggen.
Zolang de opgave ter eerste inschrijving en nederlegging niet zijn geschied, is iedere bestuurder voor een rechtshandeling, waardoor hij de stichting verbindt, naast de stichting hoofdelijk aansprakelijk.
Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl
Uitspraken over artikel 2:289 BW (6)
Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.
Hoge Raad (1)
Staalbankiers/Elko Management
Artikel 2:180 lid 2 BW: strekking en beperkende werking redelijkheid en billijkheid
“Art. 2:180 lid 2, aanhef en onder a, stemt voorts zakelijk overeen met art. 2:289 lid 2 BW, dat op zijn beurt is ontleend aan art. 7 van de Wettelijke regeling in zake stichtingen. Deze laatste bepaling is onder meer als volgt toegelicht: "24. Opdat een repressief toezicht op stichtingen, met name op de werkzaamheid van de bestuurders, doelmatig kan functionneren, wordt een openbaar centraal register van stichtingen aangelegd. De eerste bestuurders, en voor de reeds bestaande stichtingen de huidige bestuurders, zijn verplicht de nodige gegevens omtrent de stichting in het openbaar centraal register in te doen schrijven. (...) 25. Naast een doelmatige functionnering van het overheidstoezicht heeft het register evenzeer ten doel de bescherming van het publiek, evenals het handelsregister en het testamentenregister." (MvT, Kamerstukken II 1953-1954, 3 463, nr. 3, blz. 7-8)”
r.o. 3.4.2 · lid 2
Conclusies van de A-G (1)
Hoofdelijke bestuurdersaansprakelijkheid bij te late handelsregisterinschrijving bv; ratio artikel 2:180 lid 2 sub a BW
“[…] Bestuurdersaansprakelijkheid, 2006, p. 36-39; J.B. Wezeman, Aansprakelijkheid van bestuurders, diss. RUG, 1998, p. 15-19 en p. 23-26, alle met veel verdere verwijzingen waaronder Hof 's-Hertogenbosch 1 april 1977, NJ 1977, 544 en Rechtbank Amsterdam 13 juni 1979, NJ 1980, 254. 3 Zie ook art. 2:69 BW voor naamloze vennootschappen en - met een enigszins hiervan afwijkende regel - art. 2:29 en 2:289 BW voor verenigingen resp. voor stichtingen. 4 Zie bijvoorbeeld (ook) HR 11 november 1988, NJ 1989, 606 m.nt. Ma (rov. 3.2, alwaar de Hoge Raad spreekt van een 'vergaande sanctie'); HR 4 oktober 1996, LJN ZC2160, NJ 1997, 187 m.nt. Ma (rov. 3.3.2 waarin de Hoge Raad spreekt van 'de sanctie van hoofdelijke aansprakelijkheid'). 5 Zie over de verschillen tussen art. 2:9 BW en art. 2:180 BW: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 64. 6 Zie bijvoorbeeld: HR 11 juli 2003, LJN AF4595, NJ 2003, 630 m.nt. Ma (rov. 3.9). 7 Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de regeling voor besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht), Kamerstukken II, 2006/07, 31 058, nrs. 1-2. Het […]”
r.o. 3.6
Rechtbanken (4)
Rechterlijke benoeming bestuurder stichting administratiekantoor zonder bestuur (artikel 2:299 BW)
“gelast de griffier nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, deze op grond van artikel 2:302 BW in te schrijven in het artikel 2:289 BW genoemde register;”
r.o. 4.2Rechtbank benoemt bestuur stichting op grond van artikel 2:299 BW
“gelast de griffier nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, deze in te schrijven in het in artikel 2:289 BW genoemde register,”
r.o. 6.4Rechterlijke statutenwijziging stichting wegens impasse in raad van toezicht (artikel 2:294 BW)
“De Stichting vraagt wijziging van de artikelen 6, 7, 8 en 10 van de statuten van de Stichting als bedoeld in artikel 2:294 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) en inschrijving in het in artikel 2:289 BW bedoelde register, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.”
r.o. 2.1Rechterlijke statutenwijziging stichting ex artikel 2:294 BW na verdwijnen goedkeurend orgaan
“gelast de griffier, nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, deze in te schrijven in het in artikel 2:289 BW genoemde register. Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026. (ak)”
r.o. 5.3