← Alle artikelen

Titel 3. Coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen · Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 2:56 BW

In deze vorm in werking sinds 1 januari 1992, laatst gewijzigd bij Stb. 1989, 541

1

Een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij kan in afwijking van het in het vorige artikel bepaalde in haar statuten iedere verplichting van haar leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen, uitsluiten of tot een maximum beperken. De leden kunnen hierop slechts een beroep doen, indien de rechtspersoon aan het slot van zijn naam in het eerste geval de letters U.A. (uitsluiting van aansprakelijkheid), en in het tweede geval de letters B.A. (beperkte aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een rechtspersoon waarop de eerste zin niet is toegepast, plaatst de letters W.A. (wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot van zijn naam.

2

De genoemde rechtspersonen zijn, behoudens in telegrammen en reclames, verplicht haar naam volledig te voeren.

Huidige tekst, volgens de laatst gepubliceerde versie van Boek 2 BW (1 juli 2026) · wetten.overheid.nl

Uitspraken over artikel 2:56 BW (2)

Het lid volgt uit de rechtsoverwegingen; een uitspraak kan onder meer leden staan.

Conclusies van de A-G (2)

  • Parket bij de Hoge Raad · 9 oktober 2020

    Onmiddellijke voorzieningen in enquête bij coöperatie met drie leden en patstelling

    “[…] weinig voor. Een coöperatie is een bij notariële akte als coöperatie opgerichte vereniging (art. 2:53 lid 1 BW). Dit geldt ook voor de Coöperatie. Zij heeft drie leden: Aloysius, Mutsaers en De Wijnberg (zie ook onder 1.7 hiervoor). De Coöperatie heeft in haar statuten iedere verplichting van haar leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen uitgesloten, hetgeen, zoals wordt verlangd door 2:56 lid 1 BW, aan het slot van haar naam tot uitdrukking wordt gebracht met de letters U.A. (uitsluiting van aansprakelijkheid). De Coöperatie is aangewezen op zelffinanciering, door de leden (zie ook onder 1.7 hiervoor). Op grond van de statuten kunnen aan de leden van een coöperatie heffingen worden opgelegd. De statuten van de Coöperatie bieden daarvoor ook een basis. In zoverre verschilt (een lid van) een coöperatie van (een aandeelhouder van) een N.V. of B.V. Een aandeelhouder van een N.V. of B.V. is niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht en is niet gehouden boven het bedrag dat op zijn aandelen behoort te worden gestort in de verliezen van de vennootschap bij te dragen. Aan een lid van een coöperatie kan een vermogensrechtelijke […]”

    r.o. 3.2 · lid 1

    ECLI:NL:PHR:2020:925

  • Parket bij de Hoge Raad · 22 maart 2019

    SPF Curaçao: oprichtersrechten, zeggenschap en bestuurswissel door Zuid-Afrikaanse curatoren

    “Tot slot zou het hof hebben miskend dat misbruik van identiteitsverschil niet kan leiden tot ontslag of benoeming van het bestuur van RSA , omdat dat laatste alleen op grond van art. 2:55 en 2:56 BW-C mogelijk zou zijn. Deze klacht mist feitelijke grondslag, aangezien het hof een dergelijk oordeel niet heeft gegeven. Voorts is onjuist dat het verstrekken van bescheiden slechts op grond van art. 843a Rv-C zou kunnen plaatsvinden, zodat niet kan worden gezegd dat het hof dat zou hebben miskend. Niets staat er immers aan in de weg dat een rechter –ook in kort geding – een bevel of gebod tot overlegging van bescheiden geeft. Onderdeel V – Vervreemdingsverbod”

    r.o. 4.52

    ECLI:NL:PHR:2019:267